Een waardeketenanalyse helpt u te bepalen waar in de keten de meeste emissies plaatsvinden en waar de grootste reductiekansen liggen. Deze analyse is een belangrijk instrument binnen de CO2-Prestatieladder om invulling te geven aan ‘scope-overstijgend’ denken. In dit blog leggen we uit hoe u binnen en buiten de grenzen van uw eigen organisatie onderzoekt hoe u daadwerkelijk impact kunt maken. 

Een waardeketenanalyse is een inventarisatie en analyse van de CO2-emissies die plaatsvinden in de waardeketen waarin uw organisatie actief is. Het doel van zo’n analyse is dat u inzicht krijgt in de omvang en herkomst van deze emissies en de mogelijkheden die u heeft om deze te beperken. Dat kan bijvoorbeeld door het aanpassen van productieprocessen, materiaal- en ontwerpkeuzes en samenwerking met partners binnen de waardeketen.  

Basis voor Klimaattransitieplan 

Voor trede 2 en 3 van de CO2-Prestatieladder bent u verplicht een waardeketenanalyse te maken. De waardeketenanalyse is in grote mate bepalend voor andere elementen en vereisten van de Ladder. De uitkomst van de analyse vormt bijvoorbeeld de basis voor de keuzes die u maakt in uw Klimaattransitieplan en de vertaling daarvan naar de korte termijn, het Plan van Aanpak.  

Verschil met ketenanalyse uit handboek 3.1 

Wanneer u bent gecertificeerd op niveau 4 of 5 van versie 3.1 van de CO2-Prestatieladder bent u de term ketenanalyse al tegengekomen. In versie 4.0 spreken we van een waardeketenanalyse. Ten opzichte van de ketenanalyse verschilt de waardeketenanalyse op twee belangrijke punten: 

Belangrijkste activiteiten bepalen 

Het bepalen van de belangrijkste activiteiten doet u aan de hand van een impact- en invloedanalyse. Zo’n analyse maakt u in drie stappen: 

Waardeketenanalyse opstellen 

Na het bepalen van de belangrijkste activiteiten kunt u uw waardeketenanalyse gaan opstellen. Ook dit doet u weer stapsgewijs. 

Waardeketenanalyse actualiseren 

Ieder jaar houdt u uw waardeketenanalyse tegen het licht om te kijken of deze nog actueel is. Indien er wijzigingen hebben plaatsgevonden, bijvoorbeeld als het gaat om de belangrijkste activiteiten, past u uw waardeketenanalyse aan. Bij een hercertificeringsaudit – die elke drie jaar plaatsvindt – bent u verplicht om de waardeketenanalyse te actualiseren. 

Communicatie over waardeketenanalyse 

Een ander aspect van de waardeketenanalyse is externe communicatie. Dit houdt in dat u uw waardeketenanalyse publiceert op uw eigen website en de website van SKAO. Doel hiervan is dat u verantwoording aflegt, laat zien dat u transparant bent en dat andere organisaties van uw waardeketenanalyse kunnen leren.  

Hoewel we streven naar maximale transparantie verwachten we niet dat u bedrijfsgevoelige informatie deelt. Wanneer u in verband met gevoeligheid iets weglaat, zoals de naam van een leverancier, moet u wel duidelijk aangeven dat u iets achterwege laat. Hierbij kunt u eventueel nog aangeven om welk type bedrijf het gaat. 

Spend-based en activity-based methode 

Voor het in kaart brengen van emissies van uw ketenpartners kunt u twee methoden gebruiken: spend-based en activity-based. 

Spend-based methode 

Bij spend-based berekent u de emissies door uw uitgaven per categorie te koppelen aan macro-economische kengetallen voor de CO2-uitstoot. Voordeel van deze methode is dat die relatief eenvoudig is en aansluit op uw boekhouding. Nadeel is dat de methode werkt met landelijk gemiddelde cijfers en dus onnauwkeurig is. De methode is hiermee weliswaar geschikt voor een hotspotanalyse, maar niet voor het stellen van doelen, monitoren en vergelijken van diensten of producten binnen een categorie. 

Activity-based methode 

Bij activity-based kijkt u naar de emissies per activiteit, zoals de aanschaf van materiaal of materieel. Deze activiteit vermenigvuldigt u met CO2-informatie uit een Environmental Product Declaration (EPD) of een levenscyclusanalyse (LCA) van uw leverancier. Deze methode is vanwege de hoge nauwkeurigheid zeer goed bruikbaar voor het vergelijken van producten en leveranciers, het stellen van concrete doelen en monitoring. Beperking is wel dat het in veel sectoren lastig is om EPD- of LCA-informatie te verkrijgen.  

Tussenmethode: company spend-based 

De activity-based methode is dus het meest nauwkeurig voor een waardeketenanalyse, maar vanwege de beperkte data in veel sectoren nog erg complex. Om de stap van spend-based naar activity-based te maken, kunt u nog een tussenmethode gebruiken: een company spend-based, oftewel bedrijfsspecifieke spend-based.  

Bij een bedrijfsspecifieke spend-based deelt u de klimaatimpact van uw toeleverancier door de omzet van uw inkoop bij deze leverancier. In plaats van een macro-economisch gemiddelde maakt u hierbij dus gebruik van bedrijfsspecifieke informatie, maar nog steeds spend-based. Deze methode is vooral geschikt voor een analyse van leveranciers waarbij u veel verschillende diensten en/of producten inkoopt.  

Stapsgewijs toewerken naar activity-based 

Uw waardeketenanalyse hoeft niet direct perfect te zijn. Zeker met veel verschillende leveranciers gaat het niet lukken om alles meteen activity-based te maken. De beste manier is om in een meerjarenprogramma vanuit een hotspotanalyse met spend-based via company spend-based naar activity-based toe te werken. Hierbij streeft u ernaar te beginnen met uw belangrijkste leveranciers en leveranciers die al veel informatie over hun emissies beschikbaar hebben.   

Tip: ga op tijd aan de slag 

Het kan soms lang duren om benodigde informatie bij uw toeleveranciers boven tafel te krijgen. Bijvoorbeeld omdat u bij een leverancier naar verschillende afdelingen wordt doorverwezen of omdat een bedrijf emissiecijfers niet goed in kaart heeft of niet beschikbaar stelt. Het helpt om met bedrijven om tafel te gaan, zodat ze de cijfers in de jaren erna mogelijk wel op orde hebben en openbaar maken. Ook kunt u cijfers halen uit financiële en milieujaarverslagen.  

Webinar ‘Inzicht in uw keten: aan de slag met een waardeketenanalyse’ 

In onderstaand webinar legt Tijmen de Groot, projectleider van CO2-Prestatieladder 4.0 bij SKAO, uit wat een waardeketenanalyse is en hoe u deze opstelt. Daarnaast vertelt Geert Bergsma van CE Delft hoe de spend-based en activity-based methode en een variant hierop u kunnen helpen bij het in kaart brengen van emissies van uw inkopen. 

In de video beantwoorden de sprekers ook vragen van bedrijven en organisaties die bij de sessie aanwezig waren. De belangrijkste vragen die gesteld zijn, worden in onderstaande FAQ behandeld. Mocht u na het terugkijken van het webinar nog vragen hebben, dan kunt u contact met ons opnemen. 

FAQ waardeketenanalyse

Wat is een waardeketenanalyse?

Een waardeketenanalyse brengt in kaart waar binnen de keten van een organisatie de grootste klimaatimpact ontstaat en waar de beïnvloedingsmogelijkheden zijn.

De analyse helpt organisaties om:

  • inzicht te krijgen in scope 1, 2 en 3-emissies (en eventueel OBE);
  • de belangrijkste emissiebronnen te identificeren;
  • reductiekansen in de keten te vinden;
  • gerichte ketendoelstellingen op te stellen.

Binnen de CO₂-Prestatieladder vormt de waardeketenanalyse een belangrijk instrument voor ketenmanagement en samenwerking.

Waarom is een waardeketenanalyse belangrijk?

Een waardeketenanalyse is belangrijk omdat bij veel organisaties het grootste deel van de uitstoot buiten de eigen organisatie ontstaat, bijvoorbeeld door ingekochte materialen, transport, leveranciers, onderaannemers, de gebruiksfase van producten of afvalverwerking. Bij sommige organisaties ligt de grootste uitstoot juist binnen de eigen organisatie. Een waardeketenanalyse maakt inzichtelijk waar de grootste emissies ontstaan en waar de meeste kansen liggen om deze te reduceren, ongeacht of het gaat om emissies in scope 1, 2 of 3 of om OBE. Hierdoor kunnen organisaties hun inspanningen richten op de onderdelen van de waardeketen waar de meeste klimaatwinst te behalen is.

Hoe bepaal je welke keten je analyseert?

Daarvoor dient de impact en invloedanalyse (I&I analyse). Belangrijk is dat de ketens die

onderzocht worden minimaal de helft van de totale scope 1, 2 en 3 uitstoot van de organisatie veroorzaken.

Moet je altijd de volledige keten analyseren?

Nee. Een waardeketenanalyse hoeft niet volledig of tot in detail uitgewerkt te zijn, maar moet wel voldoende inzicht bieden in de belangrijkste emissiebronnen en de mogelijkheden om hierop invloed uit te oefenen. De benodigde diepgang hangt af van de complexiteit van de keten, de beschikbare data, de invloed die de organisatie binnen de keten kan uitoefenen en het doel van de analyse.

Hoe ver terug en vooruit moet je in de keten kijken?

Hoe ver je terug en vooruit in de keten moet kijken, hangt af van de specifieke waardeketen. De analyse is in ieder geval niet beperkt tot de directe klanten of leveranciers van de organisatie. In het algemeen wordt zowel naar de upstream- als de downstreamketen gekeken. Upstream omvat onder meer de winning van grondstoffen, leveranciers, productie en transport. Downstream richt zich op het gebruik van producten of diensten, onderhoud, de levensduur en de verwerking aan het einde van de levenscyclus. De focus ligt daarbij op de onderdelen van de keten waar de grootste emissies ontstaan of waar de organisatie de meeste mogelijkheden heeft om invloed uit te oefenen.

Hoe gedetailleerd moet een waardeketenanalyse zijn?

Een waardeketenanalyse moet proportioneel zijn. Het is vooral belangrijk dat duidelijk wordt waar de belangrijkste emissies ontstaan, welke aannames aan de analyse ten grondslag liggen, welke partijen onderdeel uitmaken van de waardeketen en waar de belangrijkste reductiekansen liggen. Perfecte of volledig nauwkeurige data zijn daarbij niet altijd noodzakelijk. Transparantie over de gebruikte aannames, databronnen en onzekerheden is belangrijker dan een volledig sluitende berekening.

Wat als er onvoldoende data beschikbaar zijn?

Het komt regelmatig voor dat onvoldoende data beschikbaar zijn om een waardeketenanalyse volledig op primaire gegevens te baseren. In dat geval kunnen organisaties gebruikmaken van sectorgegevens, emissiefactoren, kengetallen, studies uit vergelijkbare ketens of schattingen op basis van de beschikbare informatie. Het is daarbij belangrijk om de gebruikte aannames en onzekerheden goed vast te leggen en de analyse periodiek te actualiseren naarmate betere gegevens beschikbaar komen. Wanneer blijkt dat ontbrekende data van wezenlijk belang zijn voor de analyse van de keten, wordt bovendien verwacht dat de organisatie actief werkt aan het verbeteren van de datakwaliteit.

Moeten leveranciers gegevens aanleveren?

Dat is niet verplicht, maar samenwerking met leveranciers is vaak essentieel.

Veel organisaties beginnen met:

  • gesprekken met leveranciers;
  • uitvragen van emissiegegevens;
  • gezamenlijke reductiedoelstellingen;
  • kennisuitwisseling.

Een waardeketenanalyse kan juist helpen om deze samenwerking te versterken.

Hoe ga je om met onzekerheden in de keten?

Onzekerheden zijn bij een waardeketenanalyse onvermijdelijk. Deze kunnen bijvoorbeeld ontstaan door ontbrekende data, wisselende emissiefactoren, veranderende productiemethoden of complexe internationale toeleveringsketens. Het is daarom belangrijk om transparant te zijn over de gebruikte aannames, de kwaliteit van de beschikbare data en de belangrijkste onzekerheden in de analyse. Door deze aspecten expliciet te beschrijven, wordt duidelijk hoe de resultaten tot stand zijn gekomen en waar eventuele beperkingen of verbetermogelijkheden liggen.

Wat is een keteninitiatief?

Hoewel we de term in handboek 4.0 vervangen hebben door de algemenere term ‘samenwerking’ blijft het concept relevant. Een keteninitiatief is namelijk een samenwerking tussen meerdere partijen gericht op het reduceren van emissies in de keten.

Voorbeelden zijn:

  • gezamenlijke verduurzaming van materialen;
  • emissiereductie in transport;
  • circulaire ketens;
  • kennisdeling binnen een sector.

Binnen de CO₂-Prestatieladder spelen samenwerkingen een belangrijke rol bij het realiseren van impact buiten de eigen organisatie.

Wat als mijn organisatie weinig invloed heeft op ketenpartners?

Het komt regelmatig voor dat een organisatie slechts beperkte invloed heeft op haar ketenpartners. Juist in die situatie zijn samenwerking en de dialoog binnen de keten van groot belang. Organisaties kunnen bijvoorbeeld duurzaamheid bespreekbaar maken tijdens aanbestedingen, leveranciers stimuleren om emissiegegevens aan te leveren, gezamenlijke verbeterprojecten opzetten of deelnemen aan en bijdragen aan sectorinitiatieven. Ook met beperkte directe invloed kunnen organisaties zo een belangrijke bijdrage leveren aan emissiereductie in de keten.

Hoe vaak moet een waardeketenanalyse worden geactualiseerd?

Een waardeketenanalyse is geen eenmalige exercitie. Ieder jaar controleert de organisatie of er relevante wijzigingen zijn in haar impact- en invloedanalyse of in haar directe relaties die aanleiding geven tot herziening. In aanvulling hierop onderzoekt zij voorafgaand aan iedere initiële audit en driejaarlijks of er aanleiding is om de waardeketenanalyse(s) geheel te vernieuwen.

Zo blijft de analyse actueel en bruikbaar voor besluitvorming.

Is een waardeketenanalyse ook relevant voor kleinere organisaties?

Ja.

Ook kleinere organisaties hebben invloed op hun keten, bijvoorbeeld via inkoop, materiaalkeuzes of samenwerking met leveranciers.

De omvang van de analyse kan worden afgestemd op de grootte en complexiteit van de organisatie en het aantal waardeketens waarin de organisatie actief is.

Welke downstream scope 3-emissies zijn relevant voor advies- en ingenieursbureaus?

Dat verschilt per organisatie, maar meestal kan deze groep elders meer impact maken. Daarom onderzoeken steeds meer advies- en ingenieursbureaus hoe zij positieve klimaatimpact kunnen maken met  hun ontwerpen, adviezen en projecten. Meestal valt deze impact in de categorie ‘vermeden emissies’, een categorie binnen OBE. Hoewel deze emissies niet altijd eenvoudig zijn toe te rekenen, kunnen zij wel een belangrijke bijdrage leveren aan de totale klimaatimpact van een organisatie. Als een organisatie dus kan onderbouwen dat geen enkele downstreamcategorie relevant is, is het wel de bedoeling dat zij zich maximaal inspant voor het reduceren van OBE.