Wie zich voor trede 2 of 3 van de CO2-Prestatieladder wilt laten certificeren, moet een Klimaattransitieplan (KTP) opstellen. In dit plan beschrijft u aan de hand van concrete doelen, maatregelen en een tijdspad hoe je als organisatie toewerkt naar CO2-reductie voor de middellange termijn (5 tot 10 jaar) en de lange termijn (2050).  

Het Klimaattransitieplan is een van de nieuwe elementen van handboek 4.0 van de CO2-Prestatieladder. Het KTP sluit aan bij de behoefte van organisaties om op praktische en gestructureerde wijze een weg uit te stippelen naar nul uitstoot en te voldoen aan nationale en internationale klimaatdoelen.  

Klimaattransitieplan CSRD en CO2-Prestatieladder 

Het Klimaattransitieplan van de Ladder is in lijn met het Klimaattransitieplan van de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Toch zijn er een paar belangrijke verschillen. Zo is het KTP van de Ladder concreter als het gaat om het stellen van doelen en maatregelen voor het omlaag brengen van emissies. Het KTP van de CSRD richt zich vooral op risico’s en kansen en hoe je daar als organisatie op inspeelt. Daarnaast is het KTP van de CO2-Prestatieladder ambitieuzer dan dat van de CSRD.   

Definitie Klimaattransitieplan CO2-Prestatieladder 

Volgens de korte definitie van handboek 4.0 is een KTP ‘een lange- en/of middellange termijnstrategie om CO2 van een organisatie te reduceren’. In de gedetailleerde definitie spreekt het handboek van een strategisch en financieel onderbouwd plan. Hierin beschrijft u hoe u als organisatie uw strategie, activiteiten en governance-model ombouwt richting nul CO2-uitstoot in 2050 en hoe u uw businessmodel toekomstbestendig maakt.  

Klimaattransitieplan trede 2 en 3 

Een Klimaattransitieplan hoeft u pas op te stellen vanaf trede 2 van CO2-Prestatieladder 4.0. Het KTP voor trede 2 is gericht op: 

Voor trede 3 richt het KTP zich op: 

Plan van Aanpak (PvA) 

Aanvullend op uw Klimaattransitieplan stelt u een Plan van Aanpak op. Hierin beschrijft u uw doelen en acties voor de korte termijn, dus voor de aankomende jaren. Hoewel u voor trede 1 geen Klimaattransitieplan hoeft op te stellen, maakt u voor deze trede wel een Plan van Aanpak voor emissiereductie. 

Inhoud Klimaattransitieplan 

Wat zet u allemaal in een Klimaattransitieplan? Het KTP bestaat uit 6 hoofdonderdelen: 

  1. Beschrijving aanpassing strategie en businessmodel aan klimaattransitie 

In uw KTP beschrijft u welke impact de klimaattransitie heeft op uw kernactiviteiten, zoals de producten die u maakt of diensten die u levert. Hierbij kijkt u ook naar ontwikkelingen zoals netcongestie of geopolitieke spanningen. In uw KTP geeft u aan in hoeverre de transitie en ontwikkelingen invloed hebben op uw activiteiten en wat de kansen en risico’s hiervan zijn voor het verminderen van uw emissies. Wanneer u onderdeel bent van een internationale onderneming, beschrijft u de relatie tussen de strategie van uw organisatie en die op internationaal niveau. 

  1. Onderbouwde, meetbare en tijdsgebonden doelen 

Voor uw KTP moet u gebruik maken van wetenschappelijk onderbouwde, meetbare en tijdsgebonden doelstellingen op het gebied van energiebesparing en emissiereductie. Dit doet u zowel voor de korte, middellange als lange termijn. Ook maakt u duidelijk hoe deze doelen bijdragen aan het behalen van het 1,5-gradenpad uit het Klimaatakkoord van Parijs.  

  1. Concrete acties, maatregelen en planning 

Voor het maken van een planning is het van belang dat u concrete acties en maatregelen benoemt. Bijvoorbeeld hoe u uw producten, diensten of activiteiten gaat aanpassen, zodat u minder CO2 uitstoot. Hierbij kijkt u onder meer naar keuzes bij inkoop en ontwerp, inzet van hernieuwbare energie, elektrificatie, energie-efficiëntie, innovaties en samenwerking met ketenpartners. 

  1. Een financiële onderbouwing 

Bij uw acties en maatregelen heeft u een financiële onderbouwing nodig. Hierbij gaat het om de capex (investeringsuitgaven) en de opex (operationele uitgaven) en hoe deze passen binnen de financiële plannen en groeistrategie van uw organisatie. Ook maakt u een evaluatie van uw locked-in emissies. Dit zijn emissies van assets, zoals kantoorgebouwen of fabrieken, die u sowieso heeft, omdat u de assets de komende jaren niet kunt vervangen door schonere alternatieven.  

  1. Governance en verantwoordelijkheid 

Binnen en buiten uw organisatie hebben verschillende personen, afdelingen en partijen een rol bij CO2-reductie, van medewerkers en directeuren tot aandeelhouders en ketenpartners. In uw KTP maakt u duidelijk wat ieders rol en verantwoordelijkheid is. Ook zorgt u ervoor dat u uw KTP integreert met het algemene organisatiebeleid en koppelt aan KPI’s. Hiermee heeft u een incentive om emissiereductie te promoten binnen uw organisatie en in uw waardeketen.   

  1. Monitoring, voortgang en transparantie 

Een andere belangrijke vereiste is dat u duidelijk laat zien hoe uw KTP tot stand is gekomen. Hoe heeft u het document opgesteld, hoe is uw voetafdruk samengesteld, welke aannames heeft u gedaan en hoe heeft u alles intern en extern geverifieerd en gevalideerd? En hoe geeft u periodieke opvolging aan uw KTP en rapporteert u over de voortgang? Ook laat u zien hoe u intern en extern communiceert en hoe alles samenhangt met normen van andere kaders, zoals het CDP en de CSRD.   

Aanvullende vereisten KTP 

Voor het KTP geldt nog een aantal aanvullende eisen: 

Uw Klimaattransitieplan moet beschikbaar zijn tijdens de initiële audit. 

Voor de hercertificeringsaudit – die elke drie jaar plaatsvindt – moet u uw KTP herzien naar de meest actuele stand van zaken. Wanneer zich tussentijds een grote verandering voordoet, zoals het aanboren van een markt in een ander continent of de overname van een bedrijf, kan dat een aanleiding zijn om uw KTP al eerder aan te passen.  

Binnen uw KTP positioneert u de klimaatambities van uw organisatie binnen een benchmark van de sector. Hiermee laat u zien hoe ambitieus u bent ten opzichte van sectorgenoten. 

Voor uw KTP moet u ook een analyse doen als het gaat om de behoefte aan kennis en samenwerking. Welke kennis moet u in huis hebben en welke samenwerking is nodig om de transitie te kunnen garanderen? 

Een andere vereiste is dat u in gesprek gaat met een partij in de waardeketen. Voor trede 3 geldt aanvullend hierop dat u nog een dialoog aangaat me een externe deskundige, afkomstig van een door SKAO samengestelde lijst

Tot slot zet u in uw Klimaattransitieplan hoe u intern en extern over uw doelen, acties en tijdpad communiceert, zoals publicaties op de eigen website en die van de CO2-Prestatieladder. 

Webinar Klimaattransitieplan: van strategie naar uitvoering

In onderstaande video legt Bart De Bruyckere van de Vereniging der Belgische Aannemers van Grote Bouwwerken (VBA) en lid van het Centraal College van Deskundigen (CCvD) uit wat een Klimaattransitieplan is en uit welke onderdelen een KTP bestaat.  

In de video beantwoorden de sprekers ook vragen van bedrijven en organisaties die bij de sessie aanwezig waren. De belangrijkste vragen die gesteld zijn, worden in onderstaande FAQ behandeld. Mocht u na het terugkijken van de webinarsessie toch nog vragen hebben, dan kunt u contact met ons opnemen. 

FAQ klimaattransitieplan

Wat is een klimaattransitieplan?

Een klimaattransitieplan beschrijft hoe een organisatie haar uitstoot van broeikasgassen terugbrengt in lijn met haar klimaatdoelstellingen. Het bevat de maatregelen die de organisatie neemt, de investeringen en middelen die daarvoor nodig zijn, de risico’s en kansen die daarbij spelen, en hoe de voortgang wordt gevolgd.

Binnen Handboek 4.0 van de CO₂-Prestatieladder vormt het klimaattransitieplan de onderbouwing van de gekozen reductiestrategie. Het helpt organisaties om niet alleen reductiedoelstellingen vast te stellen, maar ook inzichtelijk te maken hoe deze op middellange en lange termijn worden gerealiseerd.

Waarom is een klimaattransitieplan opgenomen in Handboek 4.0?

Bij de ontwikkeling van Handboek 4.0 is vanuit certificaathouders, opdrachtgevers en andere stakeholders gevraagd om meer nadruk op de middellange- en langetermijnaanpak van CO₂-reductie. Het klimaattransitieplan geeft hier invulling aan.

Waar jaarlijkse reductiedoelstellingen vooral inzicht geven in de korte termijn, maakt een klimaattransitieplan inzichtelijk hoe een organisatie haar bedrijfsvoering stapsgewijs ontwikkelt richting een structureel lagere uitstoot. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar emissies van vandaag, maar ook naar toekomstige ontwikkelingen, afhankelijkheden in de waardeketen, benodigde investeringen en strategische keuzes.

Het klimaattransitieplan helpt organisaties om deze transitie gestructureerd vorm te geven en maakt inzichtelijk hoe reductiedoelstellingen daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden.

Hoe verhoudt een klimaattransitieplan zich tot SBTi en CSRD? Moeten organisaties straks meerdere transitieplannen maken?

Nee, dat is doorgaans niet nodig. Een goed klimaattransitieplan kan vaak als basis dienen voor meerdere kaders. De CO₂-Prestatieladder, CSRD en SBTi hebben verschillende accenten, maar vragen allemaal om inzicht in emissies, reductiedoelstellingen, maatregelen en voortgang. Het is daarom verstandig om één integraal klimaattransitieplan op te stellen dat kan worden gebruikt voor verschillende rapportage- en certificeringsdoeleinden. Belangrijke voorwaarde is dan wel dat de organisatiegrens (organisational boundary) overeen komt.

Wat zijn locked-in emissies en moeten deze worden gekwantificeerd?

Locked-in emissies zijn toekomstige emissies die voortkomen uit keuzes die vandaag worden gemaakt, zoals investeringen in gebouwen, materieel of langlopende energiecontracten.

Het doel van het in kaart brengen van locked-in emissies is om inzicht te krijgen in toekomstige afhankelijkheden van emissie-intensieve activiteiten. Daarmee kunnen organisaties tijdig onderzoeken welke alternatieven beschikbaar zijn.

Het handboek schrijft niet voor dat locked-in emissies altijd afzonderlijk moeten worden gekwantificeerd. Kwantificering kan behulpzaam zijn, maar belangrijker is dat organisaties inzicht hebben in waar toekomstige emissies kunnen ontstaan en hoe deze kunnen worden voorkomen of beperkt.

Moeten scope 3-emissies worden meegenomen?

Ja. Scope 3 emissies naar 0 brengen is een belangrijk onderdeel van het Klimaattransitieplan. Op trede 2 gaat het enkel om de scope 3 emissies van de belangrijkste activiteit(en). Op trede 3 gaat het om alle scope 3 emissies, zowel upstream als downstream.

Voor veel organisaties vormen scope 3-emissies het grootste deel van hun klimaatimpact. Denk aan: ingekochte materialen, transport, onderaannemers, gebruik van producten, afvalverwerking en digitale dienstverlening.

Een klimaattransitieplan dat uitsluitend naar scope 1 en 2 kijkt geeft daarom vaak geen volledig beeld van de werkelijke klimaatimpact.

Betekent net zero dat ook leveranciers emissievrij moeten worden?

Handboek 4.0 spreekt bewust niet over ‘net zero’, omdat ‘net’ ruimte laat voor compensatie. Bij ‘zero’ is dat er niet: het doel is dat ook leveranciers uiteindelijk emissievrij worden.

Dat vraagt om samenwerking met leveranciers, onderaannemers en andere ketenpartners. Niemand hoeft morgen al emissievrij te zijn maar een geloofwaardige strategie bevat wél een concreet plan om de keten stap voor stap te verduurzamen.

Hoe ambitieus moeten klimaatdoelstellingen zijn?

Klimaatdoelstellingen moeten ambitieus én onderbouwd zijn.

Het klimaattransitieplan laat zien welke reductiedoelstellingen de organisatie nastreeft, welke maatregelen daarvoor worden ingezet en hoe de voortgang wordt gevolgd. Daarbij is het belangrijk dat doelstellingen passen bij de activiteiten van de organisatie en zijn gebaseerd op realistische aannames.

Organisaties onderscheiden daarbij doelstellingen voor de korte, middellange en lange termijn. Zo ontstaat een samenhangende route richting structurele emissiereductie.

Hoe belangrijk zijn doelstellingen voor de middellange termijn?

Middellangetermijndoelstellingen vormen de verbinding tussen de korte- en langetermijndoelstellingen van een organisatie.

Zij maken inzichtelijk welke stappen nodig zijn om de langetermijnambitie te realiseren en helpen organisaties om tijdig bij te sturen wanneer omstandigheden veranderen, bijvoorbeeld door technologische ontwikkelingen, gewijzigde regelgeving of nieuwe inzichten.

Een klimaattransitieplan beschrijft daarom niet alleen de eindambitie, maar ook de tussenliggende mijlpalen.

Hoe ga je om met onzekerheden in een klimaattransitieplan?

Onzekerheid hoort erbij zodra je verder dan een paar jaar vooruit kijkt. Nieuwe technologie, andere regelgeving, de beschikbaarheid van duurzame materialen, een energiemarkt die verschuift, dat verandert allemaal gaandeweg.

Daarom is een klimaattransitieplan nooit af. Organisaties actualiseren het regelmatig, zodat de strategie blijft kloppen met wat er werkelijk gebeurt.

Hoe ambitieus moeten doelstellingen voor 2040 en 2050 zijn als technologie nog onzeker is?

Langetermijndoelstellingen moeten ambitieus zijn, en er moet duidelijk gemaakt worden op welke aannames zij zijn gebaseerd. Omdat toekomstige technologieën en marktomstandigheden altijd onzeker zijn, moeten organisaties werken met scenario’s, tussenmijlpalen en periodieke herijking van hun klimaattransitieplan. Ook is het belangrijk dat organisaties transparant zijn in welke barrières zij nog zien en daar samen met anderen aan werken.

Hoe ga je richting nul emissies voor materialen zoals staal en beton als emissievrije alternatieven nog niet breed beschikbaar zijn?

Voor veel CO₂-intensieve materialen bestaan nog geen volledig emissievrije alternatieven. Organisaties kunnen wel stappen zetten door materiaalgebruik te verminderen, circulaire oplossingen toe te passen, leveranciers te stimuleren en nieuwe technologieën zoals groen staal te volgen. Een klimaattransitieplan beschrijft hoe deze stappen in de tijd worden opgebouwd. Daarnaast kan in kaart gebracht worden welke innovaties eraan komen, wat de volwassenheid is van deze innovatie (Technology Readiness level, zie ook Handboek 4.0) en welke impact op de CO2-uitstoot dit gaat hebben.

Zijn klimaatdoelstellingen een inspanningsverplichting of een resultaatverplichting?

De CO₂-Prestatieladder maakt op de middellange- en lange termijn geen onderscheid tussen een inspannings- of resultaatverplichting. Op de korte termijn geldt een realisatie- (of resultaats)verplichting

Wel wordt van organisaties op de (middel)lange termijn verwacht dat zij een klimaattransitieplan opstellen met onderbouwde doelstellingen, passende maatregelen en een realistische uitvoeringsstrategie. Daarnaast wordt verwacht dat de voortgang regelmatig wordt gemonitord, geëvalueerd en waar nodig wordt bijgestuurd.

Is groen staal een vorm van vermeden emissies?

Nee. Groen staal verlaagt de uitstoot in je eigen inkoopketen (scope 3 upstream) – het is dus gewone emissiereductie, geen vermeden emissie.

Welke rol kunnen biobased materialen spelen in een klimaattransitieplan?

Biobased materialen kunnen bijdragen aan lagere productie-emissies, minder gebruik van fossiele grondstoffen en tijdelijke koolstofopslag. Wel blijft het belangrijk om de volledige levenscyclus van materialen mee te nemen bij de beoordeling van de klimaatimpact. Binnen het KTP kan het dus zowel bijdragen aan daadwerkelijke emissiereducties in scope 1, 2 en 3, als een rol spelen bij de Overige Beinvloedbare Emissies.

Wat betekent een klimaattransitieplan voor leveranciers en onderaannemers?

Leveranciers en (onder)aannemers spelen een belangrijke rol bij het realiseren van klimaatdoelstellingen in scope 3. Steeds meer organisaties vragen daarom inzicht in emissies, reductiedoelstellingen, duurzaam materieel en duurzame materialen van leveranciers en (onder)aannemers. Dit kan gaan om scope 1 en 2 emissies van de organisatie, tot emissies per ton product of emissies gerelateerd aan de uitvoering van een project. Samenwerking blijkt daarbij vaak effectiever dan uitsluitend het opleggen van eisen. De eisen in Invalshoek D van de CO2-Prestatieladder bieden diverse aanknopingspunten hiervoor.

Hoe verhouden vermeden emissies zich tot het klimaattransitieplan?

Vermeden emissies kunnen zichtbaar maken welke positieve bijdrage een product of dienst levert aan emissiereductie buiten de eigen CO₂-footprint. Zij vervangen echter nooit de noodzaak om de eigen uitstoot te reduceren en worden niet afgetrokken van de eigen CO₂-footprint.

Binnen de CO₂-Prestatieladder maken vermeden emissies onderdeel uit van Overige Beïnvloedbare Emissies (OBE). Op trede 2 wordt gevraagd een kwalitatieve analyse van relevante OBE uit te voeren. Op trede 3 worden relevante OBE, indien van toepassing, kwantitatief onderbouwd en worden deze meegenomen in doelen, uitvoering, communicatie en samenwerking. Daarmee maken deze op trede 3 onderdeel uit van het klimaattransitieplan.