De CO₂-Prestatieladder voor overheden: van ambitie naar uitvoering
De CO2-Prestatieladder geeft inzicht in de uitstoot van uw organisatie en biedt handvatten voor structurele verbetering. Door u als overheidsorganisatie te laten certificeren op de Ladder geeft u bovendien het goede voorbeeld aan inwoners en bedrijven als het gaat om emissiereductie. In dit blog leggen we uit welke voordelen de CO2-Prestatieladder biedt voor overheden en hoe u zich stapsgewijs kunt certificeren op de Ladder. Ook deelt de gemeente Den Haag lessen uit hun certificeringstraject.
Inmiddels zijn ruim 90 overheidsorganisaties gecertificeerd op de CO2-Prestatieladder en zitten nog eens tientallen organisaties in het proces tot certificering. Van gemeenten tot ministeries, van kleine overzichtelijke tot grote complexe organisaties.
Waarom als overheid een Ladder-certificaat?
Er zijn verschillende redenen waarom u zich als overheid kunt laten certificeren op de CO2-Prestatieladder.
De Ladder geeft inzicht in de uitstoot van uw organisatie
Een van de voordelen van de Ladder is dat het u nauwkeurig inzicht geeft in de uitstoot binnen scope 1 en 2. Hieronder vallen onder meer de uitstoot van uw wagenpark en van de panden die u bezit en/of beheert. Met het vaststellen wat er binnen uw invloedsfeer valt en wat niet, bepaalt u de organisatorische grenzen.
De Ladder helpt u te voldoen aan klimaatdoelen
Als overheidsorganisatie heeft u ambities gesteld op het gebied van CO2-reductie. De CO2-Prestatieladder kan uw organisatie helpen om deze klimaatdoelen op gestructureerde wijze met concrete acties en maatregelen te behalen en zo te voldoen aan de doelen van nationale en internationale klimaatafspraken.
De Ladder geeft structuur aan losse projecten
Werken aan CO2-reductie gebeurt vaak in losse projecten van verschillende afdelingen. De CO2-Prestatieladder brengt deze projecten onder in een centraal managementsysteem, waardoor u een helder overzicht heeft van alle initiatieven binnen uw hele organisatie en de resultaten daarvan.
De Ladder zorgt voor kostenbesparingen
Het nemen van maatregelen voor CO2-reductie met behulp van de Ladder kan u grote kostenbesparingen opleveren. Met name door energiebesparing, bijvoorbeeld door minder elektriciteit te gebruiken of verwarming met aardgas te vervangen door restwarmte. In eerste instantie kunnen maatregelen geld kosten, maar deze betalen zich op de lange termijn vaak terug.
De Ladder sluit aan bij andere standaarden en verplichtingen
De Ladder heeft overlap met andere standaarden en verplichtingen, zoals de Energy Efficiency Directive (EED) en de rapportageplicht Werkgebonden Personenmobiliteit (WPM). Het gebruik van de Ladder kan u helpen om aan deze standaarden te voldoen. Voor zowel de Ladder als EED kunt u bij het opstellen van klimaatvoetafdruk 2021 als referentiejaar gebruiken. Let op: de organisatorische grenzen van de Ladder kunnen afwijken van die van de EED.
Met de Ladder geeft u het goede voorbeeld
Als overheidsorganisatie heeft u een belangrijke voorbeeldrol in de energietransitie en CO2-reductie. Door u te laten certificeren op de Ladder laat u zien dat u hier zelf ook actief aan bijdraagt. Met het geven van het goede voorbeeld vergroot u de kans dat inwoners en bedrijven zich ook gaan inzetten voor emissiereductie.
“Met een certificaat van de CO2-Prestatieladder laat u zien dat u CO2-reductie binnen uw organisatie goed geregeld hebt en geeft u naar de buitenwereld het goede voorbeeld”
In deze 7 stappen kunt u zich laten certificeren op de CO2-Prestatieladder.
Stap 1: Besluitvorming en draagvlak
Het begint allemaal met besluitvorming binnen uw organisatie. Het dagelijks bestuur van uw organisatie beslist of jullie met de CO2-Prestatieladder aan de slag gaan. Wanneer zij overtuigd zijn en akkoord hebben gegeven, heeft u een mandaat om alles in gang te zetten.
Vervolgens is het belangrijk dat u iemand aanwijst die het project trekt, dat er budget en capaciteit worden vrijgemaakt en dat u de rest van de organisatie betrekt. Alleen met een breed draagvlak heeft de Ladder kans van slagen. Dat betekent dat u al vanaf de start een multidisciplinair team samenstelt met afgevaardigden uit allerlei lagen van de organisatie, van duurzaamheid en inkoop tot HR en communicatie.
Stap 2: Bepalen van organisatorische grenzen
Nadat uw organisatie het besluit heeft genomen om zich te laten certificeren kost het ongeveer een half jaar tot een jaar om alles te organiseren. De eerste stap hierbij is het bepalen van de organisatorische grenzen. Hiermee stelt u vast welke entiteiten, zoals vastgoed en mobiliteit, u deels of volledig meeneemt in het opstellen van uw klimaatvoetafdruk. Het handboek schrijft voor hoe u dit moet doen.
Hoewel de audit pas helemaal aan het einde van het proces plaatsvindt, kunt u het beste al in het beginstadium een certificerende instelling (CI) benaderen. CI’s hebben vaak volle agenda’s en door alvast een datum vast te zetten voor de initiële audit, kunt u bijtijds uw interne audit inplannen. Zo heeft u voldoende tijd om bij te sturen.
Het is bovendien aan te raden om uw vastgestelde organisatorische grenzen voor te leggen aan uw CI voordat u verdergaat. Wanneer deze grenzen namelijk in het begin niet goed zijn bepaald, kan het zijn dat u later in het proces of bij de audit tegen extra werk aanloopt.
Na het vaststellen van de organisatorische grenzen kunt u uw CO2-voetafdruk gaan opstellen. Hierbij verzamelt u de data van alle uitstoot waar u binnen uw grenzen verantwoordelijk voor bent. Wanneer u dit voor het eerst doet, zal dit wat tijd kosten. Wanneer alles eenmaal staat, hoeft u de jaren erop alles alleen nog maar te updaten. Belangrijk om te weten: de eerste keer hoeft alles niet meteen perfect te zijn. Het gaat er vooral om dat u zoveel mogelijk data verzamelt en structureert en een basis neerzet.
Stap 5: Doelen en actieplan met maatregelen opstellen
Aan de hand van uw klimaatvoetafdruk stelt u reductiedoelen. Omdat de meeste overheidsorganisaties zich in eerste instantie richten op trede 1 (uitstoot binnen de eigen organisatie) stelt u doelen voor emissiereductie op de korte termijn, 1 tot 3 jaar. Uw doelen koppelt u aan een actieplan met maatregelen. Deze maatregelen hoeft u niet zelf te bedenken, maar vindt u in de Maatregelenlijst. U bent wel vrij om ook maatregelen te nemen die niet in deze lijst staan.
Stap 6: Uitvoering en monitoring
Om te zorgen voor een continu verbeterproces werkt de CO2-Prestatieladder met een Plan-Do-Check-Act-cyclus. Dat betekent dat u voortdurend de voortgang van uw acties en maatregelen moet monitoren. Wanneer het nodig is, stuurt u bij door bijvoorbeeld het nemen van aanvullende maatregelen.
Stap 7: Audit en ontvangst certificaat
De laatste stap van het proces is de audit, die wordt uitgevoerd door de door u gekozen certificerende instelling. Hierbij kijkt de auditor of u voldoet aan de gestelde eisen van de trede uit het handboek. Het kan zijn dat u op basis van de audit nog wat zaken moet aanpassen. Hier heeft u dan enkele weken de tijd voor. Is alles in orde? Dan ontvangt u uw certificaat van de CO2-Prestatieladder.
Nieuwe elementen CO2-Prestatieladder 4.0
Het nieuwe handboek van de CO2-Prestatieladder bevat een aantal nieuwe of gewijzigde elementen, zoals het benoemen van sleutelpersonen, communicatievoorschriften en samenwerkingsverbanden. Meer over alle eisen van handboek 4.0 vindt u hier:
Les 1: Neem de tijd voor het bepalen van uw organisatorische grenzen
“Als grote gemeente hebben we veel panden in beheer of eigendom. In sommige gevallen delen we panden ook nog eens met andere partijen, zoals de politie. Het was daarom een behoorlijke zoektocht naar wat wel en niet viel binnen onze invloedsfeer en wat we moesten meenemen in onze organisatorische grenzen. Uiteindelijk hebben we gekeken naar de gebouwen waarvoor we de energierekening of een deel daarvan betalen. We zijn hier veel tijd aan kwijt geweest, gelukkig waren we op tijd begonnen.”
Les 2: Zorg voor voldoende tijd tussen de interne en initiële audit
“We hadden onze interne en initiële audit erg kort op elkaar gepland, er zat maar een maandje tussen. Doordat we de interne audit ook nog eens deden in de zomervakantie, waren er ook nog eens weinig mensen beschikbaar. Hierdoor hadden we uiteindelijk onvoldoende tijd om verbeterpunten uit de interne audit door te voeren voordat de initiële audit plaatsvond. Dit heeft de auditor ook aangegeven. De volgende keer zorgen we dat er minstens twee maanden tussen beide audits zit.”
Les 3: Check bij twijfel de teksten uit het handboek
“Tijdens de initiële audit hadden we over een paar elementen een discussie met de auditor. Een daarvan was de eis met betrekking tot communicatie, over hoe en waar je over alles communiceert. Daar kwamen we niet helemaal uit, waardoor we uiteindelijk meer informatie dan nodig op onze website plaatsten. Achteraf gezien hadden we beter meteen het handboek en de letterlijke tekst van de eis erbij moeten pakken. Dit had een hoop onnodige tijd en discussie gescheeld.”
Les 4: Denk goed na over het inschakelen van een externe adviseur
“Toen we in 2023 aan de slag gingen met de Ladder hebben we de hulp ingeschakeld van een externe adviseur. Daar hebben we zeker het eerste jaar erg op geleund. Het tweede jaar deden we al meer zelf en in het derde jaar was de adviseur alleen nog maar betrokken voor een check en bij de interne audit. Dat laatste gaan we voortaan zelf doen, met een interne auditdienst. Een externe adviseur kan dus – zeker in het begin – handig zijn, maar is niet altijd noodzakelijk.”
Les 5: Sluit u aan bij een Community of Practice (CoP) van de Ladder
“Vele gemeenten en andere overheidsorganisaties zijn ons voorgegaan als het gaat om een Ladder-certificering. Deze partijen hebben dus ook waardevolle kennis en ervaring in huis. Dit wordt voor verschillende Ladder-doelgroepen sinds 2025 gebundeld in Communities of Practice (CoPs). Deze CoP is heel waardevol. Wij hebben bijvoorbeeld veel gehad aan adviezen van andere gemeenten over het bepalen van de organisatorische grenzen. Je kunt ontzettend veel leren van vergelijkbare organisaties.”
Webinar ‘De CO₂-Prestatieladder voor overheden: van ambitie naar uitvoering’
In onderstaand webinar vertelt Ghislaine Duvalois, Programmamanager bij SKAO, over de meerwaarde van certificering voor overheden, wat u allemaal moet doen en wat de samenhang is tussen de Ladder en verplichtingen zoals de EED en WPM. Jody Milder laat zien hoe ze binnen de gemeente Den Haag CO2-reductie met behulp van de Ladder organiseren en borgen.
In de video beantwoorden de sprekers ook vragen van bedrijven en organisaties die bij de sessie aanwezig waren. De belangrijkste vragen die gesteld zijn, worden in onderstaande FAQ behandeld. Mocht u na het terugkijken van de webinarsessie toch nog vragen hebben, dan kunt u contact met ons opnemen.
FAQ voor overheden
Waarom zouden overheden werken met de CO₂-Prestatieladder?
De CO₂-Prestatieladder helpt overheden om klimaatambities te vertalen naar concrete uitvoering. Het instrument biedt structuur voor:
inzicht in energiegebruik en uitstoot;
het formuleren van reductiedoelstellingen;
het monitoren van voortgang;
samenwerking binnen en buiten de organisatie;
het verduurzamen van aanbestedingen en projecten.
Daarnaast maakt certificering voortgang en resultaten inzichtelijk voor bestuurders, medewerkers en inwoners.
Wat moet er op de website van een overheidsorganisatie staan?
De CO₂-Prestatieladder vraagt om transparantie over klimaatprestaties.
Op de website wordt doorgaans informatie gepubliceerd over:
het energie- en emissiebeleid;
de CO₂-footprint;
reductiedoelstellingen;
voortgang van maatregelen;
projecten en initiatieven;
mogelijkheden voor belanghebbenden om mee te denken.
Het doel is om inzicht te geven in de manier waarop de organisatie werkt aan CO₂-reductie.
Wat is het verschil tussen de EED-afbakening en de organisatorische afbakening van een gemeente?
De afbakening voor de Energy Efficiency Directive (EED) en de afbakening voor de CO₂-Prestatieladder zijn niet altijd hetzelfde.
Bij de EED wordt gekeken naar het energieverbruik waarvoor de organisatie verantwoordelijk is volgens de eisen van de richtlijn.
Binnen de CO₂-Prestatieladder wordt gewerkt met een organisatorische boundary waarin wordt bepaald welke activiteiten, gebouwen en onderdelen van de organisatie worden meegenomen in de footprint.
Daarom kunnen bijvoorbeeld huurpanden, leegstaande panden of verbonden organisaties verschillend worden behandeld afhankelijk van het doel van de rapportage.
Is het verstandig om voor EED en CO₂-Prestatieladder hetzelfde basisjaar te gebruiken?
Dat kan voordelen hebben.
Door hetzelfde basisjaar te gebruiken:
worden rapportages beter vergelijkbaar;
ontstaat meer consistentie in monitoring;
wordt dubbel werk voorkomen.
Belangrijk is wel dat het gekozen basisjaar aansluit bij de eisen van beide systemen en goed wordt onderbouwd.
Hoe monitor je uitgevoerde verduurzamingsmaatregelen?
Veel overheden werken met een combinatie van:
energiemonitoringssystemen;
gebouwbeheersystemen;
vastgoedinformatiesystemen;
CO₂-monitoringstools;
dashboards voor duurzaamheid.
Belangrijk is dat maatregelen niet alleen worden geregistreerd, maar dat ook wordt gevolgd welk effect zij daadwerkelijk hebben op energieverbruik en emissies.
Hoe werk je samen met externe stakeholders zoals gebouweigenaren?
Voor veel overheden ligt een groot deel van de klimaatimpact buiten de eigen directe invloedssfeer.
Samenwerking met stakeholders kan plaatsvinden via:
convenanten;
duurzaamheidsprogramma’s;
gebiedsgerichte aanpakken;
kennisdeling;
gezamenlijke investeringen;
subsidies en stimuleringsregelingen.
De rol van de overheid is daarbij vaak faciliterend, verbindend en stimulerend.
Wat is een COP?
Tijdens het webinar werd verwezen naar een COP (Community of Practice).
Een Community of Practice is een netwerk waarin organisaties ervaringen uitwisselen, kennis delen en gezamenlijk werken aan de toepassing van de CO₂-Prestatieladder of andere duurzaamheidsvraagstukken.
Voor veel overheden vormt dit een laagdrempelige manier om van elkaar te leren.
Wat levert de CO₂-Prestatieladder op voor overheden?
Ervaringen uit de praktijk laten zien dat de Ladder helpt bij:
het structureel organiseren van klimaatbeleid;
het creëren van bestuurlijke aandacht;
het verbeteren van datakwaliteit;
het versnellen van verduurzamingsmaatregelen;
het versterken van samenwerking;
het realiseren van aantoonbare CO₂-reductie.
Daarmee vormt de CO₂-Prestatieladder een praktisch hulpmiddel om klimaatambities om te zetten in concrete resultaten
Door aan de slag te gaan met overige beïnvloedbare emissies (OBE’s) maakt u ook buiten uw organisatie en keten impact op het gebied van emissiereductie. In dit blog leggen we uit waarom OBE’s onderdeel uitmaken van de nieuwe versie van de CO2-Prestatieladder, welke categorieën OBE’s er zijn, wanneer u…
Met het inzetten van de CO2-Prestatieladder als BPKV-gunningscriterium in een aanbesteding stimuleert u CO2-reductie bij de uitvoering van projecten. Vanaf januari 2027 is het verplicht versie 4.0 van de CO2-Prestatieladder te gebruiken in aanbestedingen. In dit blog leest u hoe aanbesteden met de Ladder werkt en hoe u dit doet in 4 stappen. Daarnaast geeft Rijkswaterstaat tips voor het inzetten van de Ladder als aanbestedingsinstrument. Activiteiten die worden uitgevoerd via…
Nieuwsbrief ontvangen?
"*" geeft vereiste velden aan
Beheer toestemming
Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken wij technologieën zoals cookies om informatie over je apparaat op te slaan en/of te raadplegen. Door in te stemmen met deze technologieën kunnen wij gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site verwerken. Als je geen toestemming geeft of uw toestemming intrekt, kan dit een nadelige invloed hebben op bepaalde functies en mogelijkheden.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.