Bij een energieverbruik vanaf 10 terajoule per jaar moet uw bedrijf voldoen aan de eisen van de Energy Efficiency Directive (EED). Door de herziening van de EED in 2023 is een groter deel van de Ladder-certificaathouders EED-plichtig. In dit blog leggen we uit welke eisen voor uw bedrijf gelden en hoe u een certificaat van de CO2-Prestatieladder of ISO 50001 kunt inzetten als alternatief voor een EED-auditplicht en als energiebeheerssysteem.
De Energy Efficiency Directive (EED) is een Europese richtlijn voor het verminderen van het energieverbruik van organisaties. EU-lidstaten vertalen de EED naar nationale wetgeving. In Nederland is de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) verantwoordelijk voor de uitvoering en het toezicht op de EED.
Herziene versie EED
Als onderdeel van het Fit for 55-pakket is de EED in 2023 herzien. De voornaamste verandering voor bedrijven is dat de EED niet langer kijkt naar de omzet, maar naar het energieverbruik. Voor de herziening was uw bedrijf EED-plichtig vanaf 250 fte of een jaaromzet van meer dan 50 miljoen euro en een balanstotaal van 43 miljoen euro. In de herziene versie geldt de verplichting vanaf een energieverbruik van 10 terajoule (TJ) per jaar.
Gevolgen herziening voor organisaties met Ladder-certificaat
Door de herziening krijgen meer bedrijven met een Ladder-certificaat te maken met de EED. Concreet heeft de EED na de herziening betrekking op drie groepen certificaathouders:
- Bedrijven met een energieverbruik tussen de 10 en 85 TJ per jaar. 10 TJ staat gelijk aan een jaarverbruik van ongeveer 280.000 liter diesel, 2,78 gigawattuur elektriciteit of 320 kuub aardgas of een combinatie hiervan. Deze groep betreft ongeveer een derde van alle bedrijven met een Ladder-certificaat.
- Bedrijven met een energieverbruik hoger dan 85 TJ per jaar. 85 TJ staat gelijk aan ongeveer 2,4 miljoen liter diesel, 23,6 gigawattuur elektriciteit of 2,7 miljoen kuub aardgas of een combinatie hiervan. Zo’n 5 procent van alle Ladder-certificaathouders valt binnen deze groep.
Energieverbruik organisatie berekenen
Voordat u weet of uw organisatie EED-plichtig is en welke verplichtingen dan gelden, moet u eerst bepalen wat uw energieverbruik is. Dat doet u door alle energiestromen van uw organisatie in kaart te brengen, zoals het verbruik van stroom, gas en brandstoffen. Samen vormen deze de energievoetafdruk van uw organisatie.
Hier leest u meer over het berekenen van uw energiegebruik.
Voor de EED richt u zich op:
- Het energieverbruik binnen de landsgrenzen. Wanneer uw bedrijf activiteiten heeft in een ander EU-land, kijkt u voor dat land weer afzonderlijk naar uw energieverbruik en de EED-verplichtingen die daar gelden.
- Het energieverbruik waarvan de emissies vallen binnen scope 1 en 2. Hierbij maakt het niet uit of u gebouwen en materieel in eigendom heeft of dat u ze huurt of leent. Alles waar uw organisatie controle over heeft, moet u meenemen. Energieverbruik dat leidt tot scope 3-emissies, zoals vliegreizen en woon-werkverkeer, hoeft u niet mee te nemen in uw energieverbruik.
De EED maakt geen onderscheid tussen groene of grijze energie. Een overstap van grijze naar groene stroom of van diesel naar HVO is weliswaar van belang voor uw emissiereductie, maar niet voor uw energiereductie. Wel speelt het hebben van zonnepanelen een rol bij de EED, omdat het gebruik en terugleveren van zelf opgewekte energie zorgt voor minder energieverbruik.
Bedrijven met energieverbruik tussen 10 en 85 TJ
Heeft u een energieverbruik van tussen de 10 en 85 TJ? Dan heeft u een EED-auditplicht. Dit betekent dat u elke vier jaar over uw energieverbruik moet rapporteren aan de RVO. Hierbij gaat het om het gemiddelde gebruik van de afgelopen drie jaar. Aanvullend hierop dient u een actieplan en een lijst van kosteneffectieve maatregelen voor energiebesparing in.
Het is toegestaan om zelf een EED-auditrapport op te stellen, zolang dit maar gebeurt door een deskundige. De meeste bedrijven kiezen ervoor om een externe partij het auditrapport te laten opstellen.
NB: voor bedrijven die voor de herziene versie al EED-plichtig waren, geldt de auditplicht vanaf medio 2026. Voor bedrijven die na de herziening pas auditplichtig zijn, geldt een overgangsjaar tot medio 2027.
CO2-Prestatieladder alternatieve invulling EED-auditplicht
Voor de EED-auditverplichting kunt u sinds 2016 in Nederland een certificaat van de CO2-Prestatieladder inzetten als alternatief. Dit betekent dat u niet afzonderlijk nog een audit hoeft te laten uitvoeren en een auditverslag en actieplan hoeft in te dienen. In plaats hiervan stuurt u uw Ladder-certificaat naar de RVO. Wel moet u aanvullend hierop nog uw energieverbruik en lijst met kosteneffectieve maatregelen opgeven. Het alternatief geldt voor Ladder versie 3.1 vanaf niveau 3 en voor 4.0 vanaf trede 1.
ISO 50001: energiemanagementsysteem
Behalve een Ladder-certificaat is ook onder andere een ISO 50001-certificaat in Nederland geldig als alternatieve invulling voor de EED-auditplicht. ISO 50001 is een internationaal erkend energiemanagementsysteem gericht op het verminderen en vergroenen van het energieverbruik van organisaties.
Bedrijven met energieverbruik hoger dan 85 TJ
Is uw jaarlijkse energieverbruik hoger dan 85 TJ? Dan bent u verplicht om een gecertificeerd energiebeheerssysteem te implementeren en gebruiken, zoals de CO2-Prestatieladder of ISO 50001. Met zo’n managementsysteem laat u zien dat uw organisatie op structurele basis werkt aan vermindering van energiegebruik. Ook hierbij geldt dat u elke vier jaar uw energieverbruik inzichtelijk maakt, gebaseerd op een gemiddelde van de afgelopen drie jaar.
NB: De deadline voor organisaties die vallen in deze categorie is 11 oktober 2027. Tot die datum heeft u de tijd om een energiebeheerssysteem in te voeren en onder accreditatie te certificeren.
De Ladder of ISO 50001: welk systeem kiest u?
Als organisatie bepaalt u zelf of u kiest voor de Ladder of ISO 50001 als alternatief voor de auditplicht of het energiebeheerssysteem. De keuze kunt u bijvoorbeeld baseren op klant- of contracteisen of op de focus van het managementsysteem. We zetten een aantal overeenkomsten en verschillen tussen beide systemen op een rijtje.
Overeenkomsten CO2-Prestatieladder en ISO 50001
De belangrijkste overeenkomsten zijn dat ze:
- Internationaal erkend zijn als managementsysteem
- Zich richten op het beheersen en verbeteren van het energieverbruik
- Zich baseren op het plan-do-check-act-principe, waarbij het gaat om het opstellen van beleid, doelen, actieplannen en bijbehorende maatregelen
- Zich baseren op de Harmonized Structure (HS), de universele basisstructuur voor managementsystemen
- Een certificering kennen met een onafhankelijke audit
- Geschikt zijn voor zowel kleine als grote organisaties in allerlei sectoren
- Niet alleen kijken naar harde cijfers, maar ook op een cultuuromslag binnen organisaties
Verschillen CO2-Prestatieladder en ISO 50001
De voornaamste verschillen zijn dat:
- ISO 50001 zich alleen richt op de eigen organisatie, terwijl de Ladder zich – vanaf trede 2 en 3 – ook richt op de keten
- De CO2-Prestatieladder niet alleen gaat over energiereductie, maar ook over emissiereductie
- Een Ladder-certificaat organisaties een concurrentievoordeel kan opleveren bij aanbestedingen, doordat aanbestedende partijen een fictieve korting kunnen toekennen op basis van de behaalde trede, terwijl ISO 50001 hierin geen rol speelt
- De Ladder zich richt op concrete reductiedoelen, terwijl ISO 50001 niks zegt over de grootte en mate van energiereductie, maar enkel over verbetering van energieprestaties
- De Ladder verschillende ambitieniveaus kent, met een doorgroeisysteem
- ISO 50001 zich richt op energieprestatie-indicatoren (EnPI’s), waardoor het net iets meer diepgang kent op het gebied van energieverbruik
- De Ladder meer zegt over communicatie en samenwerking met andere bedrijven
Tips voor het gebruik van een managementsysteem
Tot slot nog een tweetal tips voor organisaties:
Tip 1: Begin op tijd
Wacht niet te lang met het maken van een keuze voor en implementeren van een energie- of CO2-managementsysteem. Het verzamelen en structureren van alle data kost tijd. Bovendien moet u bijtijds een audit aanvragen, certificerende instellingen hebben een beperkte capaciteit. Een pre-audit door een adviseur kan helpen om te bepalen of u klaar bent voor de officiële audit.
Tip 2: Let goed op uw organisatorische grenzen
Zorg ervoor dat u goed kijkt naar de organisatorische grenzen die u gebruikt bij het opstellen van uw energievoetafdruk. De CO2-Prestatieladder biedt hier de ruimte voor met twee methodes, maar kijk bij de keuze wel goed of alles in lijn is met de eisen van de RVO. Als blijkt dat de grenzen niet overeenkomen, kan het zijn dat u later extra werk heeft.
Webinar Energy Efficiency Directive (EED)
In onderstaande video legt Tijmen de Groot van SKAO uit wat de EED inhoudt en wat de belangrijkste verplichtingen zijn voor Ladder-certificaathouders. Joep Ottenheim van DNV vertelt over energiemanagementsysteem ISO 50001 en de belangrijkste overeenkomsten en verschillen met de CO2-Prestatieladder in relatie tot de EED.
In de video beantwoorden de sprekers ook vragen van bedrijven en organisaties die bij de sessie aanwezig waren. Mocht u na het terugkijken van de webinarsessie toch nog vragen hebben, dan kunt u contact met ons opnemen.
Energie-efficiënte overheid
Niet alleen bedrijven krijgen te maken met nieuwe verplichtingen vanuit de herziene EED. Ook overheidsinstanties moeten hun energiegebruik inzichtelijk maken en maatregelen nemen om dit te verminderen.
Uiterlijk 1 december 2026 moeten overheidsinstanties rapporteren hoeveel energie zij gebruiken en welke energiebesparende maatregelen zij nemen. Deze verplichting geldt voor nationale, regionale en lokale overheden en voor organisaties die rechtstreeks door deze overheden worden gefinancierd en beheerd, mits zij geen industrieel of commercieel karakter hebben.
Rapportageplicht overheidsinstanties
Met de rapportageplicht brengen overheidsinstanties hun energiegebruik en energiebesparende maatregelen in kaart. De verzamelde gegevens helpen om inzicht te krijgen in de voortgang van Nederland op het gebied van energiebesparing en verduurzaming van gebouwen.
Bij de eerste rapportage geven overheidsinstanties inzicht in:
- het energiegebruik in 2021 (referentiejaar);
- het energiegebruik in 2025 (rapportagejaar);
- de verwachte energiebesparing van maatregelen die in de komende vier jaar worden uitgevoerd.
Na deze eerste rapportage volgt jaarlijks een update over het energiegebruik en de voortgang van de energiebesparende maatregelen. Daarnaast rapporteren overheidsinstanties eens per vier jaar welke nieuwe maatregelen zij gaan uitvoeren voor gebouwen, processen en vervoer.
Ook moeten zij na ingrijpende verduurzamingsmaatregelen of een integrale renovatie de meest recente versie van het energielabel registreren in EP-online, de landelijke database voor energielabels.
Meer informatie over de rapportageplicht en de eisen voor overheidsinstanties vindt u op de website van de RVO: Energie-efficiënte overheid | RVO.nl.