De Europese Commissie heeft een voorstel gedaan voor een nieuwe Public Procurement Act. Met deze nieuwe Europese aanbestedingsregels wil de Commissie publieke inkoop strategischer inzetten. Niet alleen prijs, maar ook kwaliteit, zoals duurzaamheid, sociale criteria, innovatie en veiligheid, moeten een grotere rol krijgen bij de beoordeling van inschrijvingen.
De omvang van de markt maakt het voorstel relevant. Europese overheden besteden jaarlijks ongeveer €2,5 biljoen aan goederen, diensten en werken. Dat staat gelijk aan circa 15 procent van het bruto binnenlands product van de Europese Unie.
De huidige 3 Europese aanbestedingsrichtlijnen worden vervangen door één rechtstreeks toepasbare verordening. Dit betekent dat deze rechtstreeks geldt voor alle lidstaten. Dit moet de regels binnen Europa eenduidiger maken en administratieve lasten verminderen.
BPKV wordt het uitgangspunt
Een belangrijke verandering in het voorgestelde Europese aanbestedingskader is dat de beste prijs-kwaliteitverhouding (BPKV) het uitgangspunt wordt bij de gunning van overheidsopdrachten. Daarmee wil de Europese Commissie voorkomen dat publieke aanbestedingen te sterk worden gestuurd door alleen de laagste prijs. Kwaliteit moet de standaard worden bij het gunnen van overheidsopdrachten.
In het voorstel moeten kwaliteitscriteria in principe voor minimaal 30 procent meewegen. Voor arbeidsintensieve opdrachten wordt een minimum van 50 procent voorgesteld. Aanbestedende diensten kunnen hiervan afwijken als zij de kwaliteit van de opdracht op een andere manier voldoende borgen, bijvoorbeeld via eisen in de aanbesteding of voorwaarden voor de uitvoering van het contract.
Wat onder kwaliteit valt, kan breed worden ingevuld. Zo kunnen milieu- en klimaatprestaties onderdeel zijn van de kwaliteitsbeoordeling. De Commissie noemt onder meer het verminderen van de milieu- en klimaatimpact gedurende de levenscyclus, decarbonisatie, circulariteit en efficiënt gebruik van grondstoffen. Ook sociale aspecten, innovatie, veiligheid en de weerbaarheid van toeleveringsketens kunnen worden meegewogen.
Belangrijk is dat de 30 procent niet specifiek voor duurzaamheid geldt. Het gaat om kwaliteit als geheel. Het voorstel geeft aanbestedende diensten daarmee meer ruimte om verschillende kwaliteitsaspecten, waaronder duurzaamheid en klimaat, mee te nemen in de beoordeling.
Meer aandacht voor aantoonbare klimaatprestaties
Voor organisaties die deelnemen aan publieke aanbestedingen zal dit betekenen dat het steeds belangrijker wordt om duurzaamheids- en klimaatprestaties niet alleen te benoemen, maar ook aantoonbaar te maken.
Dat sluit aan bij een ontwikkeling die al langer zichtbaar is in duurzaam inkopen. Overheden en andere opdrachtgevers zoeken steeds vaker naar manieren om klimaatdoelstellingen te vertalen naar concrete eisen en gunningscriteria. Betrouwbare en controleerbare informatie over de CO₂-uitstoot van organisaties en projecten speelt daarbij een belangrijke rol.
Instrumenten zoals de CO₂-Prestatieladder kunnen organisaties helpen om hun klimaatprestaties betrouwbaar en controleerbaar inzichtelijk te maken en structureel aan CO₂-reductie te werken. De voorgestelde Public Procurement Act schrijft duurzaamheidsinstrumenten niet voor. Wel kan de ontwikkeling naar meer kwalitatieve en duurzaamheidsgerichte aanbestedingen het belang van aantoonbare klimaatprestaties vergroten.
Wat betekent dit voor aanbestedende diensten?
Voor aanbestedende diensten betekent het voorstel dat het belangrijker wordt om vooraf goed te bepalen welke kwaliteitsaspecten binnen een aanbesteding relevant zijn en hoe deze objectief en controleerbaar kunnen worden beoordeeld. Daarbij krijgen duurzaamheid en klimaatprestaties een nadrukkelijkere rol. Dit vraagt om duidelijke eisen en gunningscriteria en om een onderbouwing die transparant en goed toetsbaar is. Een extra goede reden om de CO₂-Prestatieladder als extern geverifieerd duurzaam aanbestedingsinstrument in te zetten.
De Public Procurement Act is op dit moment nog een voorstel. De Europese Commissie heeft het voorstel voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie. De uiteindelijke inhoud kan tijdens het verdere wetgevingsproces nog veranderen.