Vanaf de tekentafel kun je veel invloed uitoefenen op verduurzaming van de bouw, zo laat Arcadis zien. Met grote ambities op het gebied van duurzaamheid is het bedrijf eind 2025 als eerste ingenieursbureau gecertificeerd op trede 3 van versie 4.0 van de CO2-Prestatieladder. Toch brengt de weg richting nul CO2-uitstoot binnen de eigen organisatie en de waardeketen in 2050 nog grote uitdagingen met zich mee. Met name als het gaat om het in kaart brengen van emissies van ketenpartners (scope 3 en OBE’s). “Als je voorop wilt blijven lopen, moet je niet kiezen voor de makkelijkste weg.”
Als ontwerper van onder meer bruggen, wegen, tunnels en gebouwen zit Arcadis aan de voorkant van de bouwketen. Vanuit die rol kan de van oorsprong Nederlandse multinational in belangrijke mate sturen op een duurzame uitvoering van bouwprojecten, vertelt Sophie Hanekamp, Sustainable Operations Manager bij Arcadis Nederland. “Met 40 procent heeft de gebouwde omgeving een behoorlijk aandeel in de CO2-uitstoot in Nederland. Als wij opdrachtgevers adviseren om vooral te blijven bouwen met staal en beton zal daar weinig aan veranderen. Maar als we in een ontwerp of advies laten zien welke alternatieven er zijn, zoals biobased materialen, circulair materiaalgebruik of schone technologie, kan dat grote impact hebben op het verminderen van de uitstoot.”
“Als we in een ontwerp of advies laten zien welke alternatieven er zijn, zoals biobased materialen, circulair materiaalgebruik of schone technologie, kan dat grote impact hebben op het verminderen van de uitstoot.” – Sophie Hanekamp, Sustainable Operations Manager bij Arcadis Nederland
Net een stapje extra
Als aanjager van verduurzaming wil Arcadis zelf ook frontrunner zijn op het gebied van CO2-reductie, zegt Hanekamp. “We zijn niet alleen bezig met het toekomstbesteding maken van de gebouwde omgeving en infrastructuur, maar we willen als organisatie zelf ook een stapje extra zetten. Daarom zijn we al sinds 2012 gecertificeerd op de CO2-Prestatieladder. Qua ambities gaat de Ladder verder dan bijvoorbeeld de ISO-standaarden en wetgeving, zoals CSRD. Het instrument helpt ons kritisch te kijken naar onze impact binnen en buiten de organisatie en met opdrachtgevers het gesprek te voeren over duurzaamheid. Tegelijkertijd geeft het Laddercertificaat ons een voordeel bij de inschrijving op een aanbesteding als de Ladder wordt ingezet als gunningscriterium.”
“Het instrument helpt ons kritisch te kijken naar onze impact binnen en buiten de organisatie en met opdrachtgevers het gesprek te voeren over duurzaamheid. Tegelijkertijd geeft het Laddercertificaat ons een voordeel bij de inschrijving op een aanbesteding als de Ladder wordt ingezet als gunningscriterium.”
Aan de slag met 4.0
Om voorop te kunnen blijven lopen, ging Arcadis begin 2025 – direct na de lancering – aan de slag met versie 4.0 van de CO2-Prestatieladder. Volgens Hanekamp kwam de herziene versie van de Ladder op een goed moment. “We merkten bij de vorige versie dat de uitdaging er een beetje af was. We haalden relatief eenvoudig de doelstellingen en waren al lange tijd op het hoogste niveau gecertificeerd. Hierdoor was het ook lastiger om ons op het gebied van duurzaamheid te onderscheiden in aanbestedingen. Het nieuwe handboek is nog ambitieuzer en biedt daarmee ook weer nieuwe uitdagingen. Zeker voor de hoogste trede, trede 3. Toen we ons gingen verdiepen in de eisen wisten we wel meteen dat het niet eenvoudig zou worden. Maar als je frontrunner wilt blijven, moet je niet kiezen voor de makkelijkste weg. We hadden al snel commitment van onze directie en zijn vervolgens aan de slag gegaan met versie 4.0.”
Klimaattransitieplan opstellen
Een van de nieuwe elementen van CO2-Prestatieladder 4.0 is het opstellen van een klimaattransitieplan. Dit plan verplicht organisaties voor trede 3 om een weg uit te stippelen naar nul CO2-uitstoot in 2050 binnen de organisatorische grenzen en de waardeketen. Hanekamp: “We hadden in het kader van de CSRD al zo’n plan opgesteld voor de internationale organisatie van Arcadis. Voor de Ladder moesten we dat document alleen nog vertalen en concretiseren naar de Nederlandse context. Hiervoor hebben we onder meer gekeken naar de klimaatuitdagingen in Nederland en de klimaatscenario’s van het KNMI. Deze hebben we gekoppeld aan onze eigen doelstellingen tot 2030. In dat jaar willen we op organisatieniveau net-zero zijn. Voor de route richting volledig CO2 neutraal in 2050 ligt de weg nog meer open. We weten wat het einddoel is, maar hoe we daar komen hangt af van allerlei factoren. Hoe ontwikkelen carbon capture en de markt voor biobased bouwmaterialen zich bijvoorbeeld? Soms blijkt een oplossing toch niet te werken of komen technologieën terug die eerder zijn afgeschreven.”
Maatregelen scope 1 en 2
Als het gaat om maatregelen binnen scope 1 en 2 verandert er de komende jaren niet veel voor Arcadis, zegt Hanekamp. “Onze voornaamste impact binnen die scopes zit in de mobiliteit en het energiegebruik van onze kantoren. Qua mobiliteit hebben we de laatste jaren flinke stappen gezet in het elektrificeren van onze leasevloot. We zitten nu op bijna 80 procent elektrische auto’s, in 2028 willen we dat dat 100 procent is. Verder krijgen alle medewerkers een NS-businesskaart die zij ook voor privé doeleinden mogen gebruiken en vergoeden we loop- en fietskilometers om gezond en duurzaam reizen te stimuleren. Onze invloed op verduurzaming van onze kantoren is wat beperkter. Dat komt omdat we die niet in eigendom hebben. In gesprekken met verhuurders proberen we wel zoveel mogelijk te sturen op verduurzaming. We werken er hard aan om al onze kantoren Paris Proof te maken samen met onze gebouweigenaren. En als verduurzaming er niet in zit, dan is verhuizen een optie. Zo zijn we recent verhuisd naar een duurzamer pand in Arnhem en bouwen we momenteel aan het duurzaamste pand van de Zuidas. Dit zal tevens ons nieuwe hoofdkantoor worden.
Impact op de waardeketen
Veel meer nog dan in de vorige versie van de Ladder richt versie 4.0 zich op het maken van impact op de waardeketen. Dit betekent dat organisaties – voor de hoogste twee treden – kwalitatief en kwantitatief in kaart moeten brengen wat de uitstoot is van partijen waar ze zaken mee doen, zoals leveranciers, afnemers en projectpartners. Hanekamp: “De ketenverantwoordelijkheid van het nieuwe handboek is echt een verbetering. Voor de vorige versie moesten we ook een ketenanalyse maken, maar die was een stuk beperkter. Dat we nu extra stappen moeten zetten is alleen maar goed. De verplichting om met concrete cijfers te komen zorgt ervoor dat we nog meer met onze partners het gesprek aangaan over verduurzaming. Daardoor kunnen we ook onze samenwerking versterken en kijken waar we elkaar kunnen ondersteunen.”
“De ketenverantwoordelijkheid van het nieuwe handboek is echt een verbetering. Voor de vorige versie moesten we ook een ketenanalyse maken, maar die was een stuk beperkter. Dat we nu extra stappen moeten zetten is alleen maar goed.”
Uitdaging verzamelen cijfers
Tegelijkertijd erkent Hanekamp dat het in kaart brengen van de uitstoot van de keten ook het meest uitdagende deel is. “Voor scope 3 zijn we op de goede weg. We ontvangen bijvoorbeeld van RENEWI inzicht in de uitstoot van ons afval en kunnen de CO₂-voetafdruk van producten die we inkopen steeds beter vertalen met behulp van emissiefactoren. Maar voor de overige beïnvloedbare emissies (OBE’s) zijn we echt nog zoekende. We doen duizenden projecten met allerlei verschillende partijen uit diverse sectoren. Die moet je bereid vinden om data te delen. Vervolgens moet je uitzoeken welke data je meeneemt. Kies je voor de uitstoot van het hele project of alleen het deel waar je zelf een aandeel in hebt? En hoe bereken je zoiets als vermeden emissies? Pas als we concretere cijfers hebben, kunnen we targets stellen voor een reductiepad richting 2050. De komende jaren zullen we het vooral moeten doen met aannames en schattingen.”
Invloed op projecten
Ondanks dat het uitdagend is om impact in de keten uit te drukken in cijfers probeert Arcadis waar het kan wel invloed uit te oefenen op partners om hun CO2-uitstoot te verminderen, benadrukt Hanekamp. “Dat doen we op allerlei manieren. Zo hebben we recent met NS een project gedaan waarbij we 1100 raampjes van oude intercity’s hebben verwerkt in een muur van een kuilwielenbank, een onderhoudsplaats voor treinen. Met deze circulaire oplossing hebben we veel beton bespaard. Een andere manier van impact maken zit in de keuze voor projecten. Zo werken we bijvoorbeeld niet mee aan het zoeken of oppompen van nieuwe olie of gas bronnen maar werken we wel aan het opruimen van bestaande installaties en het verduurzamen van de processen. Een project afwijzen doen we niet zomaar, we zijn immers een beursgenoteerd bedrijf. Maar we houden zoveel mogelijk vast aan onze duurzaamheidsprincipes.”
In gesprek over duurzaamheid
Om binnen projecten te sturen op duurzame oplossingen, heeft Arcadis een eigen trainingsprogramma ontwikkeld: Duurzaamheid in zes stappen. Hanekamp: “In deze training leiden we onze collega’s op om met opdrachtgevers het gesprek te voeren over duurzaamheid. Hoe doe je dat en hoe overtuig je ze om bijvoorbeeld te kiezen voor een biobased of circulaire oplossing? Dat kan best lastig zijn, omdat van oudsher de kosten leidend zijn. Duurzaamheid is hierbij breder dan alleen het reduceren van CO2, het gaat ook om aspecten als biodiversiteit, gezondheid en klimaatadaptatie. De nieuwe versie van de Ladder zet ook in op dat bredere verhaal. Door de herziening van de Ladder hebben we de training onlangs ververst. We kijken nu nog meer naar hoe je op projectniveau samen goede afspraken maakt voor CO2-reductie en in een project zoveel mogelijk impact kunt maken. De OBE’s spelen dus een belangrijkere rol. Ook laten we zien hoe je Ladder-afspraken integreert in het projectplan en het communicatieplan.” “De opgedane kennis en ervaring met de CO₂-Prestatieladder en onze aanpak van verduurzaming delen we overigens ook graag met andere organisaties. Zo ondersteunt Arcadis opdrachtgevers en partners actief bij het opstellen van klimaatstrategieën en het behalen van hun eigen CO₂-Prestatieladdercertificering”.
Certificaat trede 3 versie 4.0
In december 2025 ontving Arcadis als eerste ingenieursbureau een certificaat op trede 3 van Ladder versie 4.0. Hanekamp is ontzettend trots op deze mijlpaal. “We hebben hard gewerkt om dit te bereiken. Soms moesten we even aankloppen bij SKAO of onze certificerende instelling (CI) om te checken of we zaken goed interpreteerden en op de goede weg waren. Sommige dingen bieden wat ruimte voor flexibiliteit. Dat is fijn, maar je wilt niet een verkeerde richting op slaan. En voor SKAO en de CI’s is het ook fijn om te weten waar organisaties tegenaanlopen bij de nieuwe versie. Met name als het gaat om OBE’s is er nog veel uitzoekwerk. Maar nu we gestart zijn, hebben we een basis waarop we kunnen voortbouwen. Het is ook mooi voor de medewerkers dat we dit nu al bereikt hebben. Al is het voor sommigen nog even wennen dat we van niveau 5 naar trede 3 zijn gegaan. Dat klinkt als een stapje terug, terwijl we het juist beter doen.“
Klik hier voor de footprint en de publicaties zoals het klimaattransitieplan van Arcadis.