Als een van de eerste gemeenten heeft Barneveld een certificaat op trede 1 van versie 4.0 van de CO2-Prestatieladder behaald. De Gelderse gemeente zet sterk in op het verminderen en vergroenen van het energieverbruik, onder meer met het inkopen van lokaal opgewekte energie. Met het opzetten en ondersteunen van initiatieven op het gebied van duurzame energie hoopt Barneveld niet alleen CO2-uitstoot te verminderen, maar ook de lokale economie te stimuleren en andere gemeenten te inspireren. “Het is mooi dat de nieuwe versie van de Ladder nog meer aandacht heeft voor energiebesparing.”

Net als alle andere gemeenten in Nederland moet Barneveld voldoen aan de landelijke klimaatdoelstellingen. Wie inwoners, bedrijven en andere partijen vraagt om hun CO2-uitstoot drastisch te verminderen kan als organisatie zelf niet achterblijven, vindt Martine Burgstaller, beleidsmedewerker duurzaamheid bij de gemeente Barneveld. “We willen zelf het goede voorbeeld geven. Daarom zijn we al sinds 2018 gecertificeerd op de CO2-Prestatieladder. De Ladder helpt ons om gestructureerd inzicht te krijgen in ons energieverbruik en dat gebruik aan de hand van maatregelen te vergroenen en te verminderen. Daarnaast is de Ladder dankzij de jaarlijkse audit een belangrijke stok achter de deur. Ik heb in het verleden in organisaties gezien die zonder tools zoals de Ladder aan CO2-reductie werkten dat duurzaamheid al gauw naar de achtergrond verdween wanneer het even niet goed uitkwam.”

Inkoop lokaal opgewekte energie

Meer dan de helft van de uitstoot van de gemeente Barneveld komt op het conto van elektriciteitsgebruik, zegt Burgstaller. “We hebben tientallen panden in eigendom, zoals het gemeentehuis, de gemeentewerf en sportaccommodaties. Daarnaast heb je nog de openbare verlichting, wat bijna een derde van de energievraag in de gemeente is. Om ons elektriciteitsgebruik te vergroenen hebben we een paar jaar geleden besloten om met een aantal omliggende gemeenten, waaronder Wageningen en Ede, EnergieWEB op te richten. Vanuit dit initiatief kopen we sinds begin 2024 groene stroom in bij lokale energieleveranciers. Denk aan een zonneveld van een energiecoöperatie of bedrijven met zonnepanelen op het dak. Inmiddels haken steeds meer gemeenten aan. We hopen ook gemeenten in andere regio’s te inspireren de inkoop van lokale energie te omarmen.”

Investeren in energieopslag

Omdat lokaal opgewekte energie niet altijd beschikbaar is, koopt de gemeente de overige stroom in op de dagmarkt, vervolgt Burgstaller. “In 2025 kochten we 20 procent van de groene stroom lokaal in, de komende jaren willen we naar 30 procent. Uiteindelijk moet dat 100 procent worden, maar dat zal nog even duren. Door onbalans in gelijktijdigheid tussen vraag en aanbod moet je een deel van de groene stroom opslaan. We kijken nu of we binnen EnergieWEB het inzetten van batterijen bij een zonneveld kunnen stimuleren. Als dat op grotere schaal lukt, kunnen we overdag opgewekte energie in de avonduren gebruiken voor bijvoorbeeld de straatverlichting. We hopen de komende jaren samen met de leveranciers een gunstige businesscase te creëren, zodat ze aan EnergieWEB willen leveren. Hiermee stimuleren we ook weer de regionale economie.”

Verduurzamen mobiliteit

Behalve elektriciteit hebben ook het gasverbruik voor bijvoorbeeld verwarming van panden en mobiliteit een aandeel in de CO2-uitstoot van Barneveld. Burgstaller: “Het overgrote deel van onze wagens, zoals die van de vuilnis- en reinigingsdienst en de groenvoorziening, rijden op HVO 100, een biobrandstof. Hiermee hebben we onze uitstoot de laatste jaren flink teruggedrongen. Onze kleine transportmiddelen zijn vrijwel volledig elektrisch. Voor grotere voertuigen is het lastiger om ze te elektrificeren, omdat we te maken hebben met netcongestie. We kunnen ze dus niet voldoende opladen. Wel volgen we met veel aandacht de ontwikkelingen rondom waterstof. Verder hebben we een fietsenplan met elektrische fietsen voor medewerkers. Om de kansen voor vergroening van de mobiliteit verder te verkennen en benutten hebben we nu een vacature uitgezet voor een medewerker duurzame mobiliteit.”

Overstap naar Ladder 4.0

Door de ambities en maatregelen op organisatieniveau was de gemeente lange tijd gecertificeerd op niveau 3 van CO2-Prestatieladder 3.1. Na de lancering van Ladder versie 4.0 begin 2025 ging Barneveld direct aan de slag met het nieuwe handboek, zegt Burgstaller. “Door de start van EnergieWEB in 2024 waren we ook al bezig met verandering van systemen voor facturatie en energiemonitoring. Toen de nieuwe versie van de Ladder uitkwam, leek het ons logisch om die meteen maar mee te nemen in die transitie. Voor ons concept Energiebeleidsprogramma en het programma Duurzaamheid hadden we ook al doelen opgesteld, die konden we overnemen in het klimaattransitieplan voor de Ladder tot 2030. Al met al was het dus relatief eenvoudig voor ons om de stap van 3.1 naar 4.0 te maken. Zeker omdat we voor een certificaat op trede 1 zijn gegaan, die komt grotendeels overeen met niveau 3 van de vorige versie.”

Aanwijzen sleutelpersonen

Ook nieuwe aspecten, zoals het benoemen van sleutelpersonen, vroegen volgens Burgstaller niet heel veel uitzoekwerk. “In ons programma Duurzaamheid hebben we al medewerkers van verschillende afdelingen die zich bezighouden met energie en duurzaamheid. Daarnaast heeft team Vastgoed een eigen energiecoördinator die in projecten input geeft op het gebied van energiebesparing. Allemaal functies die we hebben benoemd als sleutelpersoon. Met de medewerker duurzame mobiliteit komt daar nog eentje bij. Het meeste werk zat in het verzamelen van bewijslast en het goed documenteren van alles. Wat met name aandacht vroeg, was het onderdeel niet-CO2-broeikasgassen. We moesten goed uitzoeken hoe je die bepaalt en vervolgens verantwoordt. Daarover hebben we een goed gesprek gehad met onze auditor.”

Grote focus energiebesparing

Een van de mooie aspecten van de nieuwe versie van de Ladder vindt Burgstaller de grotere focus op energiebesparing. “In ons Energiebeleidsprogramma zetten we niet alleen in op vergroening, maar ook op minder en slimmer gebruik van energie. De maatregelen hiervoor sluiten heel mooi aan bij de eisen van de Ladder. We zijn bijvoorbeeld druk bezig om de openbare verlichting te voorzien van het energiezuinige LED, hebben een energiezuinige ketel geïnstalleerd in het zwembad en op de gemeentewerf worden warmtepompen en een batterij geplaatst. Dat levert flink wat energiebesparing op. Doordat we steeds meer inzicht krijgen in ons energieverbruik weten we ook hoe we energie slimmer kunnen benutten, zoals het beter afstemmen van vraag en aanbod. Dit is een belangrijk onderdeel van onze structurele aanpak.”

Communiceren over de Ladder

Daarnaast is Burgstaller erg te spreken over de vernieuwde eisen op het gebied van communicatie. “In de vorige versie van de Ladder liepen we tegen een aantal problemen aan. Een van de verplichte onderdelen was bijvoorbeeld het plaatsen van pdf’s over de certificering. Maar vanuit de gemeente hebben we het beleid om geen pdf’s te plaatsen om de website toegankelijk te houden. In 4.0 is de communicatie meer vormvrij. Daarnaast waren er vanuit versie 3.1 een aantal verplichte communicatiemomenten over de Ladder, terwijl we als gemeente alleen willen communiceren als iets nieuwswaarde heeft. Het nieuwe handboek is een stuk flexibeler op het gebied van communicatie, dat is heel fijn. Hierdoor kunnen we alles meer in lijn brengen met hoe we als gemeente over duurzaamheid communiceren naar buiten toe.”

Geen externe adviseur

De gemeente koos er volgens Burgstaller bewust voor om zonder externe adviseur de overstap te maken naar de nieuwe versie van de CO2-Prestatieladder. “Doordat ik vanuit mijn vorige baan al werkte met de Ladder heb ik veel kennis en ervaring. Dat is wel echt een voordeel. Ik vind het altijd prettig om zelf als gemeente alle data te verzamelen en analyseren. Als je dat laat doen door een externe partij, heb je er minder grip op. Je krijgt dan weliswaar een goed beeld van je energieverbruik en de uitstoot daarvan, maar vervolgens moet je zelf nog in de details duiken. Terwijl, als je er zelf mee aan de slag gaat, dan zie je meteen waar afwijkingen zitten en waar die vandaan komen. Zo konden we zien dat een flinke besparing was toe te schrijven aan het plaatsen van zuinigere ketels bij het zwembad. Je zit dus meteen in de inhoud. Ik heb de data-analyse samen gedaan met de energiecoördinator. Die weet precies welke projecten er lopen en wanneer welk onderhoud is uitgevoerd en welke maatregelen zijn genomen.”

Impact buiten organisatie

Hoewel Barneveld zich voor een certificaat op trede 1 vooral richt op emissies in scope 1 en 2 kijkt de gemeente ook naar reducties buiten de organisatie. Zo was het een van de initiatiefnemers van de Smart Energy Hub, een decentraal energiesysteem waar duurzaam opgewekte energie zal worden geproduceerd, opgeslagen en verdeeld. Daarnaast zet de gemeente in projecten sterk in op zo duurzaam mogelijke oplossingen. Burgstaller: “Sinds dit jaar is er voor onderhoud van wegen extra budget beschikbaar voor duurzaamheid. Dat betekent dat de projectleider van de gemeente samen met de aannemer kan kijken naar bijvoorbeeld duurzamere alternatieven voor materiaalkeuze of andere besparingsopties, om zo de uitstoot zo laag mogelijk te houden. De ene keer leggen we oplossingen vast in het bestek, de andere keer geven we aannemers wat meer vrijheid om met ideeën te komen. We proberen zoveel mogelijk het gesprek te voeren.”

Met het maken van impact op de waardeketen begeeft de gemeente zich al op het terrein van een aantal eisen voor trede 2 en 3 van Ladder 4.0. Toch heeft Barneveld niet direct de ambitie om voor een certificaat op een trede hoger te gaan, zegt Burgstaller. “Het verzamelen van alle data en voldoen aan alle verplichtingen van trede 2 of 3 betekent ook een stuk meer administratie. Met onze huidige capaciteit hebben we daar niet de ruimte voor. Voorlopig zullen we dan ook gecertificeerd blijven op trede 1, daar zijn we hartstikke trots op. En tegelijkertijd blijven we waar het kan inzetten op reductie buiten de directe eigen organisatie. Maar dan vooral vanuit onze intrinsieke motivatie om te verduurzamen, niet om een trede hoger te komen op de Ladder. Wie weet of we daar in de toekomst nog een keer mee aan de slag gaan.”

Meer lezen:
Alles over trede 1: CO₂ reduceren in uw eigen organisatie
Zo wijst u binnen uw organisatie sleutelpersonen aan