arrow_back

Handboek 4.0: hoe betere datamonitoring leidt tot meer inzicht en minder CO2

 

Inzicht in emissies: een veelgenoemde meerwaarde van de CO2-Prestatieladder. Maar het kan niet op: met handboek 4.0 mogen we nog meer inzicht in de uitgestoten CO2 en verbruikte energie verwachten. Van de eigen organisatie, van andere gecertificeerde organisaties én van projecten. Footprints worden centraal vindbaar en beter vergelijkbaar. Uiteraard met als doel om nog meer en slimmer te reduceren. CCvD-leden Marjan Kloos, vertegenwoordiger van Bouwend Nederland en Madeleine Nagelkerke, vertegenwoordiger van Techniek Nederland, vertellen ons wat we kunnen verwachten.

Waarom is betere datamonitoring nodig?

Madeleine: ‘We willen met het nieuwe handboek zorgen voor nog meer CO2-reductie. En datamonitoring helpt hierbij. Doe je niet aan monitoring, dan ben je in het wilde weg maatregelen aan het treffen zonder dat je weet of het resultaat oplevert.’ Met andere woorden: om zeker te weten dat je als organisatie je doel treft, moet je de mogelijkheid hebben om je inspanningen te meten.

Vergelijken met anderen

Daarnaast heeft het te maken met het kunnen benchmarken met anderen, zegt Marjan. ‘We willen ervoor zorgen dat organisaties gemakkelijker hun footprint kunnen vergelijken met die van andere organisaties. Daarvoor is het handiger als alle footprints op één plek te vinden zijn.’ En inderdaad: wie nu de footprint van een organisatie wil zien, moet gericht zoeken op diens website. Eenmaal gevonden is het niet zomaar te vergelijken met een andere footprint, omdat footprints vaak zo statisch als een pdf zijn.

Inspiratie opdoen

‘Wanneer footprints gemakkelijk met elkaar te vergelijken zijn, kunnen organisaties elkaar tot inspiratie zijn. Hoeveel effect heeft een maatregel op de footprint? Hoe kan ik een zelfde resultaat behalen, of het zelfs beter doen? Vooral voor scope 3 kan dit ontzettend inspirerend zijn, omdat daar de meeste winst te behalen is,’ zegt Madeleine.

Meer inzicht voor opdrachtgevers

Ook opdrachtgevers snakken naar meer inzicht in de footprints en de effecten van maatregelen, legt Marjan uit: ‘Aanbestedende diensten weten vaak niet precies hoeveel milieu-impact hun aanbestede projecten hebben, terwijl ze dat heel graag zouden willen. ‘Welke maatregelen neemt een opdrachtnemer precies en welk effect hebben die? Zeker voor overheden is het noodzakelijk om het budget te kunnen verantwoorden en aan te kunnen tonen wat de organisatie op jaarbasis aan CO2-reductie heeft gerealiseerd.’ En in die behoefte voorziet handboek 4.0, want organisaties gaan straks verplicht hun projectfootprint delen met de opdrachtgever.

MKI-berekening gebruiken voor projectfootprint

En het maken van die projectfootprint wordt voor opdrachtnemers iets gemakkelijker. Want opdrachtgevers vragen vaak al aan de opdrachtnemer om een MKI-berekening te laten zien, en de berekeningsmethode die gevraagd wordt bij MKI mag straks ook als bewijslast voor de Ladder gebruikt worden. Madeleine is daar blij mee: ‘We willen voorkomen dat organisaties dubbel werk moeten doen dus het is goed dat de Ladder ook op dit onderdeel aansluit op andere regelgeving.’

Welke data moeten organisaties vanaf handboek 4.0 gaan verzamelen? Verschilt dat met handboek 3.1?

 

Marjan: ‘Organisaties gaan in de basis dezelfde data verzamelen als nu. Ze blijven de CO2-uitstoot uitrekenen voor scope 1, 2 en 3. Wat er eventueel bij komt zijn data over overige beïnvloedbare emissies (OBE’s).’ ‘En organisaties gaan straks de emissies in scope 3 wel preciezer uitrekenen, als hun impact- en invloedanalyse hier aanleiding toe geeft,’ laat ze weten. ‘Waar kan mijn organisatie veel CO2 besparen? Die bron van uitstoot gaan organisaties traceerbaar en zo precies mogelijk uitrekenen.’ Nu gebeurt dat vaak indirect, gebaseerd op uitgaven - hoe de berekening er straks uitziet, hangt af van de uitstootbron. Voor materiaal kan gedacht worden aan een berekening op basis van daadwerkelijk ingekochte hoeveelheden, zoals kilometers koper, tonnen staal of kuubs beton. Voor een organisatie in de dienstverleningssector zal de berekening er anders uitzien. ‘In elk geval wordt de CO2-footprint hierdoor een stuk relevanter en nauwkeuriger.’ Én bruikbaarder, want de kans is groot dat het ook zo zal worden gevraagd voor de CSRD.

Omrekenen naar joule of wattuur

Madeleine: ‘en wat anders is in handboek 4.0: naast het maken van een emissie-inventaris gaan organisaties straks ook een energiebalans maken met de verzamelde data. Ze rekenen dan niet alleen uit hoeveel een werk of dienst verbruikt in termen van CO2, maar ook in joule of wattuur. Zo wordt zichtbaar waar het grootste energieverbruik zit en waar dus een kans is om te sturen op energiebesparing.’ En dat is iets wat in het nieuwe handboek zal worden beloond doordat het is opgenomen in de eisen. 

Kansen voor energiebesparing zichtbaar maken

‘Organisaties moeten straks niet alleen kwantitatieve doelen stellen voor CO2-reductie, maar ook voor energiebesparing,’ vertelt Madeleine. ‘Een organisatie die alles al vergroend heeft met hvo, groen gas en groene stroom, ziet in zijn emissie-inventaris niet terug dat hij zich voor energiebesparing het beste kan gaan richten op zijn wagenpark bijvoorbeeld, terwijl daar het grootste energieverbruik zit. De energiebalans geeft dit inzicht wel.’

Voor wie worden de data allemaal openbaar?

Marjan: ‘Alle verplichte publicaties voor het nieuwe handboek zijn straks op één plek vindbaar: op de website van de CO2-Prestatieladder. Dit geldt voor het klimaattransitieplan, het plan van aanpak, en dus de organisatiefootprint. Voorheen moesten organisaties de verplichte stukken in een strak format op de eigen website plaatsen. We denken dat deze centralisatie betere toegankelijkheid oplevert en een bijkomend voordeel is dat organisaties straks minder op de eigen website hoeven te publiceren.’ 

Organisatie houdt regie op data

Maar, benadrukt ze, het gaat niet ten koste van de bescherming van gevoelige bedrijfsgegevens: over het delen van informatie die niet verplicht is, zoals de data die ten grondslag ligt aan de footprints of de omvang van projecten, houdt de organisatie de regie. ‘Die data worden alleen gedeeld met partijen aan wie ze zelf toestemming geven. Projectfootprints komen niet openbaar op de website van de CO2-Prestatieladder, maar moeten wel verplicht gedeeld worden met de opdrachtgever.’ 

Vergelijkbaar met PID

De vergelijking met het al bestaande Project Impact Dashboard (PID) is gemakkelijk gemaakt. Ook die tool - voor projecten met gunningvoordeel -  is in zorgvuldig beheer van SKAO, centraliseert de registratie van de benodigde stukken en geeft de gebruiker de regie op de mate van openbaarheid ervan. Of er net zoals in PID een optie komt om de footprint ter plekke te berekenen, is nog niet bekend. 

Heeft het nog zin te certificeren voor handboek 3.1, nu er een nieuw handboek aankomt én CSRD?

‘Ja’, stelt Madeleine. ‘voor wat betreft handboek 3.1 geldt dat er een overgangstermijn komt die past bij de omvang van de wijzigingen. Organisaties hoeven dus niet bang te zijn dat ze op stel en sprong alles opnieuw moeten inrichten, ook als ze nog tot het laatst met handboek 3.1 aan de slag gaan. Ze krijgen ruim de tijd voordat ze moeten voldoen aan de eisen van handboek 4.0. En om te voldoen aan de eisen van de CSRD is het alleen maar fijn om al een goed CO2-managementsysteem te hebben ingericht. Dat is je basis voor de rapportage. Zonder onderbouwing zegt een rapportage niet zoveel.’


>> Ons volgende artikel gaat dieper in op de vraag wat de verhouding is tussen de CO2-Prestatieladder (handboek 4.0 in het bijzonder) en CSRD. Stay tuned!

>> Handboek 4.0 verschijnt naar verwachting dit najaar. Organisaties die tot die tijd aan de slag gaan met handboek 3.1, krijgen een ruime overgangstermijn voordat ze moeten voldoen aan handboek 4.0.

>> Meer weten over handboek 4.0? Kijk ook eens naar onze eerder verschenen artikelen: