Met het inzetten van de CO2-Prestatieladder als BPKV-gunningscriterium in een aanbesteding stimuleert u CO2-reductie bij de uitvoering van projecten. Vanaf januari 2027 is het verplicht versie 4.0 van de CO2-Prestatieladder te gebruiken in aanbestedingen. In dit blog leest u hoe aanbesteden met de Ladder werkt en hoe u dit doet in 4 stappen. Daarnaast geeft Rijkswaterstaat tips voor het inzetten van de Ladder als aanbestedingsinstrument. 

Activiteiten die worden uitgevoerd via aanbestedingen zijn verantwoordelijk voor 15 procent van de wereldwijde CO2-emissies. De uitstoot die plaatsvindt bij de uitvoering van overheidsaanbestedingen is vele malen hoger dan de emissies van overheden binnen hun eigen organisatie. Door emissiereducties door opdrachtnemers te stimuleren en dit te belonen in een opdracht kunt u als aanbestedende dienst veel impact maken en bijdragen aan het behalen van de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs.  

Aanbesteden met Ladder leidt tot aanzienlijke emissiereductie 

Het inzetten van de CO2-Prestatieladder als BPKV-gunningscriterium is een van de manieren om dit te doen. Onderzoek van Universiteit Utrecht heeft aangetoond dat bij bouwprojecten die zijn aanbesteed met de ladder aanzienlijk minder CO2 werd uitgestoten. De reductie was vooral groot wanneer het project was gegund aan een partij die was gecertificeerd op het hoogste niveau 5 – in versie 3.1 – van de Ladder.  

Markt stimuleren en koplopers belonen 

Momenteel zetten zo’n 300 aanbestedende diensten in Nederland, België en andere Europese landen de CO2-Prestatieladder in als aanbestedingsinstrument. Met het inzetten van de Ladder in aanbestedingen stimuleert u de markt om in beweging te komen en beloont u koplopers voor hun extra inspanningen op het gebied van emissiereductie.  

Aanbesteden met CO2-Prestatieladder 4.0 

In versie 4.0 is er ten opzichte van versie 3.1 weinig veranderd als het gaat de wijze van  inzetten van de Ladder in een aanbesteding. Het voornaamste verschil is de overgang van vijf niveaus naar drie tredes. Dit betekent dat bedrijven zich niet meer op vijf, maar op drie CO2Ambitieniveaus met bijbehorend gunningvoordeel kunnen inschrijven.  

Overgangsregeling naar Ladder 4.0 

Vanaf januari 2027 zijn aanbestedende diensten verplicht om versie 4.0 te gebruiken in een aanbesteding met de Ladder. Tot die tijd mag u 4.0 al inzetten in een aanbesteding, maar alleen als de markt er klaar voor is. Concreet betekent dat dat een groot deel van de bedrijven in de sector al gecertificeerd is op versie 4.0 of bezig is met het behalen van een certificering op deze versie.   

In dit artikel leest u meer over de overgangsregeling voor aanbesteden met versie 4.0. 

Handreiking aanbesteden CO2-Prestatieladder 4.0 

Om aanbestedende diensten te ondersteunen bij het inzetten van de Ladder als gunningscriterium heeft SKAO de Handreiking Aanbesteden gunningscriterium CO2-Prestatieladder 4.0 gepubliceerd. Dit document bevat onder meer een concreet stappenplan, voorbeeldteksten voor aanbestedingsleidraden en contracten, en uitleg over de CO2-Ambitieniveaus waarmee inschrijvers zich kunnen onderscheiden. 

Aanbesteden met Ladder 4.0 in vier stappen 

Zo gebruikt u in vier stappen het gunningscriterium CO2-Prestatieladder 4.0 in een aanbesteding:  

Stap 1: u zet de CO2-Prestatieladder in als BPKV-gunningscriterium  

De eerste stap is het opnemen van de CO2-Prestatieladder als BPKV-gunningscriterium in uw aanbestedingsleidraad. In de tekst vermeldt u onder meer de drie CO2-Ambitieniveaus met daarbij de gestelde eisen, zoals het verkrijgen van inzicht in energieverbruik en emissies.  

Per CO2-Ambitieniveau maakt u duidelijk welk voordeel de inschrijvende partij geniet. Dit kan bijvoorbeeld een fictieve korting op de inschrijfprijs zijn of een puntenaantal. Als aanbestedende dienst bent u vrij welke methode u kiest en wat de hoogte van het gunningsvoordeel is. 

Ook vermeldt u in de aanbestedingsleidraad hoe de inschrijvende partij kan voldoen aan de eisen (projectverklaring of een CO2-Prestatieladdercertificaat), de termijn van verantwoording (meestal een jaar) en de sanctie wanneer de uitvoerende partij binnen de gestelde termijn niet voldoet aan het afgesproken CO2-Ambitieniveau (meestal een boete). 

Stap 2: bedrijven schrijven zich in met een CO2-Ambitieniveau 

De volgende stap is dat bedrijven zich inschrijven voor de aanbesteding. Hierbij geven ze aan op welk CO2-Ambitieniveau ze het project of de opdracht willen uitvoeren en hoe ze willen aantonen dat ze hieraan voldoen. Dat kan op twee manieren: 

Bij de inschrijving geeft een partij aan welke onafhankelijke certificerende instelling de audit doet. Op het moment van inschrijving hoeft een bedrijf nog niet te beschikken over een CO2-Prestatieladdercertificaat. Bedrijven zijn niet verplicht om zich in te schrijven op een CO2-Ambitieniveau. 

Stap 3: u gunt de opdracht op basis van het BPKV-gunningscriterium  

Wanneer u alle inschrijvingen heeft ontvangen, maakt u een beoordeling op basis van de prijs, gunningscriterium CO2-Prestatieladder en eventueel aanvullende criteria. Hier komt dan een beste prijs-kwaliteitverhouding uit. Op het moment van gunning gaat de termijn in waarop de opdrachtnemer moet aantonen dat deze voldoet aan het afgesproken CO2-Ambitieniveau.  

Stap 4: opdrachtnemer voert opdracht uit op afgesproken CO2-Ambitieniveau 

De laatste stap is dat de opdrachtnemer het project uitvoert op het afgesproken CO2-Ambitieniveau. Via het projectenoverzicht in Mijn CO2-Prestatieladder geeft de opdrachtnemer opdrachtgever inzicht in het projectplan, de maatregelen, de CO2– en energievoetafdruk en de voortgang van het project. Deze inzichten vormen weer de basis voor gesprekken over mogelijke kansen en hoe die benut kunnen worden.  

Hier leest u meer over aanbesteden met gunningscriterium CO2-Prestatieladder 4.0 in vier stappen. 

Aanbesteden met de CO2-Prestatieladder: 3 tips van Rijkswaterstaat 

Rijkswaterstaat was in 2012 een van de eerste overheidsorganisaties die de CO2-Prestatieladder inzette als gunningscriterium in aanbestedingen. Per 1 juli 2026 doet RWS dat met CO2-Prestatieladder versie 4.0. Gerwin Schweitzer, adviseur klimaatneutraal en circulair inkopen bij Rijkswaterstaat, geeft 3 tips voor het inzetten van de CO2-Prestatieladder als BPKV-criterium. 

Tip 1: Kondig een aanbesteding met de Ladder ruimschoots van tevoren aan  

“Wanneer u besluit om de Ladder in te zetten als gunningscriterium doet u er goed aan om dit ruim van tevoren aan te kondigen aan de markt. Zelf houden we bij RWS een half jaar aan als minimum. Door vroegtijdig te communiceren, hebben bedrijven die zich willen inschrijven voor de aanbesteding voldoende tijd om zich te laten certificeren op organisatieniveau.”  

Tip 2: Wees consistent in welk inkoopdomein u de Ladder toepast 

“Bij RWS passen we de Ladder standaard toe in aanbestedingen voor Infra, maar ook voor bijvoorbeeld het inkopen van diensten. Door de CO2-Prestatieladder consistent in te zetten binnen een inkoopdomein, weten bedrijven dat ze ook in de toekomst beloond zullen worden voor hun CO2-ambities en zijn ze eerder bereid om de investering te doen voor een Ladder-certificering.”  

Tip 3: Gebruik de Handreiking aanbesteden als leidraad in contractmodellen 

“Hoewel iedere aanbesteding inhoudelijk anders is en we bij RWS onze eigen contractmodellen hebben, houden we bij het gunningscriterium CO2-Prestatieladder zoveel mogelijk de teksten van de Handreiking aanbesteden 4.0 aan. We hoeven alleen nog een invulling te geven aan het gunningsvoordeel per trede, de sanctietermijn en sanctiebepaling. Wij hanteren 2, 4 of 6 procent gunningsvoordeel, een termijn van 1 jaar en een boete ter hoogte van 1,5 keer het genoten gunningsvoordeel.” 

Webinar ‘Aanbesteden met de CO₂-Prestatieladder: van beleid naar resultaat’

In onderstaand webinar legt Thijs Wentink, beleidsmedewerkers Aanbesteden bij SKAO, uit hoe u de Ladder stap voor stap inzet als BPKV-gunningscriterium en hoe u opdrachtnemers en ketenpartners stuurt op maximale impact. Gerwin Schweitzer van Rijkswaterstaat geeft tips voor het gebruik van de Ladder in aanbestedingen en vertelt over de samenhang tussen de CO2-Prestatieladder en de MilieuKostenIndicator (MKI). 

In de video beantwoorden de sprekers ook vragen van bedrijven en organisaties die bij de sessie aanwezig waren. De belangrijkste vragen die gesteld zijn, worden in onderstaande FAQ behandeld. Mocht u na het terugkijken van de Webinar sessie nog vragen hebben, dan kunt u contact met ons opnemen. 

Aanbesteden met de CO2-Prestatieladder

FAQ aanbesteden met CO₂-Prestatieladder 4.0

Waarom zou ik de CO₂-Prestatieladder inzetten bij aanbestedingen?

De CO₂-Prestatieladder helpt opdrachtgevers om CO₂-reductie te stimuleren tijdens de uitvoering van projecten. In plaats van duurzaamheid uitsluitend als eis op te nemen, worden inschrijvers beloond voor hun ambitie en aanpak op het gebied van CO₂-reductie.

Hierdoor ontstaat een positieve prikkel voor marktpartijen om te investeren in energiebesparing, emissiereductie en innovatie.

Wat levert aanbesteden met de CO₂-Prestatieladder uiteindelijk op?

Ervaringen laten zien dat de CO₂-Prestatieladder leidt tot meetbare emissiereducties, meer aandacht voor CO₂-reductie tijdens projecten, innovatie in de uitvoering en een betere samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Op langere termijn draagt dit bij aan een structurele verduurzaming van de markt. Daarmee levert de Ladder niet alleen voordelen op voor individuele projecten, maar ondersteunt zij ook de bredere klimaattransitie binnen sectoren.

Hoe verhoudt de CO₂-Prestatieladder zich tot duurzaam inkopen?

De CO₂-Prestatieladder is een instrument om duurzaam inkoopbeleid concreet uit te voeren. Idealiter maakt zij onderdeel uit van een bredere strategie waarin een organisatie klimaatdoelen formuleert, reductiedoelstellingen vastlegt en duurzaam inkopen structureel toepast. Hierdoor ontstaat een consistente marktbenadering en krijgen leveranciers duidelijkheid over de verwachtingen van de opdrachtgever.

Hoe zet ik de CO₂-Prestatieladder in bij een aanbesteding?

De CO2-Prestatieladder als aanbestedingsinstrument bestaat uit gunningscriterium CO2-Prestatieladder dat kan dienen als basis voor gunningsvoordeel in een aanbesteding.  

Bij inzet van het CO2-Prestatieladder BPKV-gunningscriterium kunt u er bijvoorbeeld voor kiezen om partijen te belonen met een fictieve inschrijfkorting of punten op basis van hun CO2-ambitieniveau. Dit criterium en de hoogte van de beloning legt u dan vast in het aanbestedingsdocument. Door de Ladder in te zetten in een aanbesteding gunt u de opdracht niet aan de laagste bieding, maar aan die met de beste-prijs-kwaliteit-verhouding (BPKV). 

In Handreiking Aanbesteden 4.0 wordt beschreven hoe de CO2-Prestatieladder als gunningscriterium kan worden ingezet. Deze handreiking bevat ook de tekst van het gunningscriterium CO2-Prestatieladder 4.0.

Lees meer op de pagina over Aanbesteden met de CO₂-Prestatieladder.

Welke opdrachtgevers zetten de Ladder in bij aanbestedingen?

Er zijn meer dan 8000 organisaties met een certificaat voor de CO2-Prestatieladder, en meer dan 300 aanbestedende diensten in Nederland en o.a. in België, Ierland, Frankrijk, UK, Duitsland en Portugal zetten de CO2-Prestatieladder in bij aanbestedingen. Dit zijn onder andere partijen van de Rijksoverheid, gemeenten, waterschappen en provincies. Voor een overzicht van deze aanbestedende diensten, zie de pagina met Deelnemers.

Welke projecten profiteren het meest van de CO₂-Prestatieladder?

De CO₂-Prestatieladder komt vooral tot zijn recht bij projecten waarbij de opdrachtnemer daadwerkelijk invloed heeft op de CO₂-uitstoot tijdens de uitvoering. Dat geldt bijvoorbeeld voor infrastructuurprojecten, bouw- en onderhoudsprojecten, civiele werken, energieprojecten en diensten met een substantiële klimaatimpact. De grootste meerwaarde ontstaat wanneer de opdrachtnemer tijdens de uitvoering keuzes kan maken die leiden tot aantoonbare CO₂-reductie.

Mag ik de CO₂-Prestatieladder inzetten als geschiktheidseis of selectiecriterium?

De CO2-Prestatieladder is niet geschikt als geschiktheidseis of selectiecriterium. Het aanbestedingsrecht vereist gelijke behandeling, proportionaliteit en non-discriminatie.

Hiervoor zijn verschillende redenen:

–   De implementatie van de CO2-Prestatieladder binnen een organisatie kost tijd en moeite. In de meeste situaties zal het disproportioneel zijn om van een organisatie te eisen dat de gehele organisatie voorafgaand aan de inschrijving op een specifiek project, gecertificeerd moet worden. Een dergelijke eis is niet redelijk voor een project dat slechts een (klein) deel van de omzet van de organisatie zal vormen. Aanbestedingsrechtelijk gezien is er dan onvoldoende verband tussen de eis en het voorwerp van de opdracht. Ook om die reden is een dergelijke eis als geschiktheidscriterium of selectiecriterium niet toegestaan.

–   Het hanteren van een certificaat als geschiktheidseis of selectiecriterium heeft tot gevolg dat partijen zonder het gevraagde (niveau van het) certificaat niet kunnen meedoen resp. minder kans hebben om geselecteerd te worden. Dit werkt discriminerend voor bijvoorbeeld buitenlandse partijen of kleine bedrijven. Aanbestedingsrechtelijk gezien is dit niet toegestaan.

Dit uitgangspunt geldt voor alle aanbestedingen: Europees, nationaal, en onderhands. Bij kleine opdrachten is een dergelijke geschiktheidseis net zo goed discriminerend.

De CO₂-Prestatieladder is een certificering op organisatieniveau, maar eisen in een aanbesteding moeten toch verband hebben met de opdracht/het project? 

Eisen in aanbestedingen moeten juridisch gezien altijd verband houden met de opdracht. Het CO₂-Prestatieladdercertificaat laat zien dat een organisatie volgens de eisen van het Handboek CO₂-Prestatieladder werkt en structureel CO₂-bewust handelt. Dit geldt voor de hele organisatie, dus ook voor de projecten die zij uitvoert.

Bij toepassing van de CO₂-Prestatieladder in een aanbesteding wordt daarom altijd gekeken naar het project. Het gunningscriterium CO₂-Prestatieladder stelt eisen aan de uitvoering van het specifieke project, op verschillende CO₂-ambitieniveaus. Deze projecteisen zijn uitgewerkt in de Handreiking Aanbesteden gunningscriterium CO₂-Prestatieladder 4.0. De CO₂-ambitieniveaus met eisen op projectniveau sluiten aan op de verschillende treden van de CO₂-Prestatieladder, zoals beschreven in het Handboek CO₂-Prestatieladder versie 3.1 en versie 4.0.

De eisen voor het certificaat (op organisatieniveau) en de projecteisen uit het gunningscriterium zijn niet exact hetzelfde, maar komen inhoudelijk wel overeen. Daarom mag een opdrachtgever het CO₂-Prestatieladdercertificaat gebruiken als onderbouwing van het CO₂-ambitieniveau waarmee een inschrijver heeft ingeschreven.

Moet een organisatie gecertificeerd zijn om mee te kunnen doen in een aanbesteding met de  CO₂-Prestatieladder?

Nee, dit hoeft niet. Organisaties die inschrijven op een aanbesteding waarin het gunningscriterium CO2-Prestatieladder is opgenomen schrijven in met een CO2-ambitieniveau waarop zij de opdracht willen uitvoeren. Na gunning moet de organisatie binnen een jaar aantonen dat het voldoet aan de eisen van het gunningscriterium CO2-Prestatieladder. Door ofwel een CO2-Prestatieladdercertificaat óf een projectverklaring op het aangeboden CO2-ambitieniveau te overleggen.

Kan een combinatie van bedrijven gezamenlijk inschrijven?

Ja.

Bij een combinatie bepaalt de partij met het laagste CO₂-Prestatieladderniveau het maximale CO2-Ambitieniveau waarop de combinatie kan inschrijven wanneer certificaten worden gebruikt.

Als alternatief kan de combinatie kiezen voor een project specifieke projectverklaring.

Wat gebeurt er na gunning?

Na gunning wordt het aangeboden CO₂-Ambitieniveau contractueel vastgelegd.

De opdrachtnemer moet vervolgens binnen de afgesproken termijn, veelal een jaar, aantonen dat aan het gekozen niveau wordt voldaan. Daarna wordt dit gedurende de looptijd van het project periodiek herhaald.

Welk gunningvoordeel moet ik per trede van de CO₂-Prestatieladder geven?

Bij elk CO2-ambitieniveau van het gunningscriterium CO₂-Prestatieladder hoort een gunningvoordeel. Als opdrachtgever bepaalt u zelf het gunningvoordeel per trede. De meeste opdrachtgevers werken met percentages maar het is ook mogelijk om met vaste bedragen of met punten te werken.

We raden aan om een progressief gunningvoordeel te hanteren: hoe hoger de trede waarop een bedrijf presteert, hoe groter het voordeel. De reden daarvoor is dat de hogere treden een aanzienlijk grotere inspanning van het bedrijf vragen. Op trede 1 richt een organisatie zich op de eigen uitstoot (scope 1 en 2), maar op trede 2 en trede 3 komt daar de gehele waardeketen (scope 3) bij — en juist daar zit doorgaans de grootste CO₂-impact. Een progressieve opbouw beloont die extra inspanning, stimuleert bedrijven om te blijven verbeteren en investeren in duurzaamheid, en biedt hen de mogelijkheid om zich te onderscheiden. Zo creëert u als opdrachtgever een ‘race to the top’.

De hoogte van het gunningvoordeel en de wijze waarop dit berekend wordt, moet beschreven worden in de aanbestedingsdocumenten van de opdrachtgever, zodat duidelijk is hoe dit voordeel zich verhoudt tot de waardering van andere kwalitatieve elementen (BPKV-criteria) van de inschrijving, zie Handreiking Aanbesteden 4.0.

Hoe weet ik of een organisatie het ambitieniveau waarmee ze inschrijft echt behaalt?

Organisaties die inschrijven op een aanbesteding waarin het BPKV-criterium CO2-Prestatieladder is opgenomen kunnen op twee verschillende manieren voldoen aan dit criterium. In beide gevallen moet de organisatie binnen een jaar na gunning en vervolgens jaarlijks, gedurende de looptijd van het project, aantonen dat het voldoet aan het BPKV-criterium CO2-Prestatieladder:

–   Door een CO2-Prestatieladdercertificaat op het aangeboden CO2-ambitieniveau te overleggen. Hiermee toont de inschrijver aan dat deze voldoet aan de eisen van de Ladder, ook in de uitvoering van CO2-Prestatieladderprojecten.

–   Door projectspecifiek aan de eisen van het gunningscriterium CO2-Prestatieladder op het aangeboden CO2-ambitieniveau te voldoen en daarover een projectverklaring te overleggen.

In beide gevallen is de beoordeling van het CO2-ambitieniveau de verantwoordelijkheid van een externe en onafhankelijke partij: een Certificerende Instelling, die is geaccrediteerd voor de CO2-Prestatieladder. De aanbesteder hoeft dus niet zelf te controleren of aan de gestelde eisen wordt voldaan, maar slechts een door een CI goedgekeurde projectverklaring of CO2-Prestatieladdercertificaat van de opdrachtnemer te ontvangen.

Wat als een bedrijf het afgesproken CO₂-ambitieniveau niet haalt?

Het kan zijn dat het de opdrachtnemer niet, of niet op tijd lukt om met een projectverklaring of een CO2-Prestatieladdercertificaat te voldoen aan de eisen van het gunningscriterium CO2-Prestatieladder. Voor deze situatie moet de aanbesteder een sanctie opnemen in de aanbestedingsstukken.

Advies is een sanctie op te nemen die groter is dan het bij inschrijving genoten gunningvoordeel. Voor het bepalen van de hoogte van de sanctie berekent u het verschil tussen de in de aanbestedingsprocedure toegekende kwaliteitswaarde – het overeengekomen CO2-ambitieniveau – op het gunningscriterium CO2-Prestatieladder en de uiteindelijk gerealiseerde kwaliteitswaarde (CO2-ambitieniveau), te vermenigvuldigen met een factor (bijvoorbeeld 1,5).

Een voorbeeldsanctie en een voorbeeldtekst van een sanctieclausule zijn te vinden in Handreiking Aanbesteden 4.0.

Voorbeeld sanctie: Het CO2-Ambitieniveau 2 heeft bij inschrijving een gunningsvoordeel opgeleverd van € 75.000 (fictieve) korting, maar dit heeft de opdrachtnemer niet gerealiseerd. Hij overhandigt een CO2-Prestatieladder certificaat niveau 1, waaraan een gunningsvoordeel van € 37.500 is gekoppeld. Hoogte van de sanctie wordt dan 1,5 x (€ 75.000-€ 37.500) = € 56.250. 

Hoe werkt het gunningscriterium CO₂-Prestatieladder 4.0?

De opdrachtgever neemt het gunningscriterium op in de aanbestedingsleidraad. Inschrijvers kiezen vervolgens het CO₂-Ambitieniveau waarop zij het project willen uitvoeren. Hoe hoger het CO2-Ambitieniveau, hoe groter het mogelijke gunningsvoordeel. Na gunning moet de opdrachtnemer aantonen dat het gekozen CO2-Ambitieniveau  daadwerkelijk wordt gerealiseerd.

Door de Ladder in te zetten in een aanbesteding gunt u de opdracht niet aan de laagste bieding, maar aan die met de beste-prijs-kwaliteit-verhouding (BPKV). In Handreiking Aanbesteden 4.0 wordt beschreven hoe de CO2-Prestatieladder als gunningscriterium in vier stappen kan worden ingezet. Deze handreiking bevat ook de tekst van het gunningscriterium CO2-Prestatieladder 4.0.

Wat is de meerwaarde van een CO₂-Prestatieladdercertificaat ten opzichte van een projectverklaring?

Een CO2-Prestatieladdercertificaat is veel voordeliger (in tijd en geld) voor organisaties die zich inschrijven op meerdere projecten of contracten met de CO2-Prestatieladder. Met het CO2-Prestatieladdercertificaat toont de inschrijver aan dat de gehele organisatie CO2-bewust handelt, inclusief de CO2-Prestatieladderprojecten die de organisatie uitvoert.

Groot voordeel van het CO2-Prestatieladdercertificaat is dat het gebruikt kan worden in alle aanbestedingen (ook van verschillende opdrachtgevers) met het gunningscriterium CO2-Prestatieladder. Een projectverklaring is slechts eenmalig geldig, specifiek voor het project waarover het wordt afgegeven door een Certificerende Instelling.

Hoe kan je de CO₂-Prestatieladder inzetten in een aanbesteding onder de Europese drempels?

Ook bij aanbestedingen onder de Europese drempel kan de CO₂-Prestatieladder worden toegepast.

Wanneer je een formele aanbestedingsprocedure volgt, zoals een nationale procedure (bijvoorbeeld bij werken boven €1,5 miljoen), kun je de CO₂-Prestatieladder inzetten als gunningscriterium.

Bij een meervoudig onderhandse procedure is dit eveneens mogelijk. In dat geval vraag je inschrijvers, naast hun prijs, aan te geven op welk CO₂-Prestatieladderniveau zij de opdracht willen uitvoeren en welke certificerende instelling (CI) betrokken is. Vervolgens kun je de inschrijvingen beoordelen door de prijs te corrigeren met het bijbehorende percentage van het aangeboden niveau, om zo tot een rangorde te komen.

Daarnaast is het mogelijk om bij aanbestedingen onder de drempel de selectie van gegadigden mede te baseren op hun niveau op de CO₂-Prestatieladder. Daarbij is het wel van belang dat je gegadigden met hetzelfde niveau selecteert, zodat een eerlijke vergelijking mogelijk blijft.

Ik wil een langlopend project aanbesteden op basis van versie 3.1, maar het project loopt door na de overgang naar versie 4.0. Wat neem ik op in mijn aanbestedingsdocumenten?

Neem onderstaande modeltekst op in uw aanbestedingsdocumenten. Hiermee maakt u duidelijk dat ook certificaten op basis van versie 4.0 worden geaccepteerd:

“In deze aanbesteding wordt het gunningcriterium CO₂-Prestatieladder 3.1 gehanteerd. Indien een CO₂-Prestatieladdercertificaat wordt gebruikt om aan te tonen dat aan dit gunningcriterium wordt voldaan, mag dit ook met een certificaat op basis van Handboek 4.0 van de CO₂-Prestatieladder.

Hierbij geldt het volgende:

  • Een certificaat op basis van CO₂-Prestatieladder 4.0 – Trede 1 wordt geaccepteerd als bewijs voor CO₂-ambitieniveau 3 van het gunningcriterium CO₂-Prestatieladder 3.1.
  • Een certificaat op basis van CO₂-Prestatieladder 4.0 – Trede 2 of Trede 3 wordt geaccepteerd als bewijs voor CO₂-ambitieniveau 5 van het gunningcriterium CO₂-Prestatieladder 3.1.”

Ik wil – als opdrachtnemer – mijn doorlopende project blijven aantonen met CO₂-Prestatieladdercertificaat 3.1, mag dat? 

Nee, dat kan niet. Vanaf 14 januari 2027 is het niet meer mogelijk om je als organisatie te certificeren op basis van Handboek 3.1 van de CO₂-Prestatieladder. Vanaf dat moment zijn alleen audits voor de CO₂-Prestatieladder mogelijk op basis van Handboek 4.0. 

Tot 14 januari 2027 is het mogelijk om nog audits voor Handboek 3.1 te laten  

uitvoeren. Deze certificaten blijven geldig tot de eerstvolgende (jaarlijkse) audit. Dit betekent dat er tot uiterlijk 14 januari 2028 nog geldige certificaten voor Handboek 3.1 kunnen zijn. 

Projecten die zijn aanbesteed op basis van Handboek 3.1 kunnen (ook) aangetoond worden met een CO₂-Prestatieladdercertificaat 4.0 als bewijs. SKAO adviseert aanbestedende diensten deze op de volgende manier te accepteren: 

  • Certificaat Trede 1 voor Handboek 4.0 wordt geaccepteerd als een certificaat Niveau 1, 2 en 3 van Handboek 3.1  
  • Certificaat Trede 2 Handboek 4.0 wordt geaccepteerd als een certificaat Niveau 4 en 5 van Handboek 3.1  
  • Certificaat Trede 3 Handboek 4.0 wordt geaccepteerd als een certificaat Niveau 4 en 5 van Handboek 3.1  
Afbeelding tredes hb 3.1 en 4.0
SKAO adviseert om 4.0-certificaten te accepteren als bewijsmiddel voor 3.1-aanbestedingen.

Voor meer informatie: Overgangsregeling naar versie 4.0: dit betekent het voor alle partijen – CO₂-Prestatieladder 

Hoe weet ik of de gegunde organisatie maatregelen neemt op mijn project?

Organisaties kunnen op twee manieren aantonen dat zij voldoen aan het overeengekomen CO₂-ambitieniveau:

Met een CO₂-Prestatieladdercertificaat (organisatieniveau) De gecertificeerde organisatie heeft een werkend CO₂-managementsysteem dat jaarlijks wordt geaudit door een onafhankelijke certificerende instelling (CI). Tijdens de audit beoordeelt de CI niet alleen de doelstellingen en maatregelen op bedrijfsniveau, maar controleert zij ook steekproefsgewijs de projecten waarvoor de CO₂-Prestatieladder een rol heeft gespeeld in de aanbesteding.

Met een projectspecifieke beoordeling Als een organisatie projectspecifiek aantoont dat zij voldoet aan het gunningscriterium, moet zij reductiemaatregelen nemen op het project zelf. Een CI onderzoekt of deze maatregelen daadwerkelijk zijn doorgevoerd en of wordt voldaan aan de eisen van het overeengekomen CO₂-ambitieniveau. De CI stelt hierover een projectverklaring op.

Vereist overgang naar versie 4.0 extra inspanningen voor mijn organisatie? 

Versie 4.0 van de CO2-Prestatieladder brengt veranderingen met zich mee ten opzichte van de vorige versie, 3.1. Zo zijn de vijf niveaus van certificering vervangen door drie treden en wordt van organisaties nog meer ambitie gevraagd als het gaat om vermindering van hun eigen CO2-uitstoot (scope 1 en 2), hun uitstoot in de keten (scope 3) en uitstoot buiten de waardeketen. Daarnaast moeten partijen meer aandacht besteden aan energiebesparing, lange termijn ambities en bredere verankering van CO2-reductie binnen de organisatie. 

Voor de meeste bedrijven die nu op niveau 3 voor Handboek 3.1 zijn gecertificeerd zal gelden dat ze met vergelijkbare inspanning in aanmerking komen voor trede 1 van versie 4.0. Trede 2 van versie 4.0 vraagt een vergelijkbare inspanning als niveau 5 van versie 3.1, maar kent inhoudelijk verschillen. Zo moet scope 3 completer in beeld zijn en maken organisaties kennis met overige beïnvloedbare emissies (OBE). Ook wordt de horizon voor doelen verlegd naar de middellange termijn. Deze doelen hoeven overigens alleen maar voor de belangrijkste activiteit(en) te zijn opgesteld.  

In algemene zin kan gesteld worden dat de inspanningen om te voldoen aan Trede 1 en 2 van Handboek versie 4.0 als volgt gelijkwaardig zijn aan versie 3.1: 

Afbeelding tredes hb 3.1 en 4.0

Wat is het voordeel van externe toetsing?

De opdrachtgever hoeft niet zelf te beoordelen of aan alle eisen wordt voldaan. Deze beoordeling wordt uitgevoerd door een onafhankelijke, geaccrediteerde certificerende instelling. Dat zorgt voor een objectieve beoordeling, verlaagt de uitvoeringslasten voor de opdrachtgever en biedt een onafhankelijke borging van de prestaties.