arrow_back

Johan van Dalen: De CO2-Prestatieladder levert de maatschappij veel op

Al negen jaar werkt Johan van Dalen, adviseur Externe Kwaliteit/Duurzaam Inkopen bij ProRail, aan de CO2-Prestatieladder. Als lid van het Centraal College van Deskundigen (CCvD) van de SKAO heeft Johan enorm bijgedragen aan het succes van het duurzaam aanbestedingsinstrument en CO2-managementsysteem. Nu zijn pensioen nadert, blikt de adviseur terug op de successen, lessons learned, maar ook de uitdagingen die de ladder de komende jaren moet aangaan.

Het gaat om balans

De CO2-Prestatieladder is een managementsysteem dat organisaties stimuleert om structureel werk te maken van CO2-reductie. Daar hoort een handboek bij met tal van eisen waar de organisaties aan moeten voldoen om aan te tonen dat ze dat daadwerkelijk doen en jaarlijks vooruitgang boeken met effectieve CO2-reductie. Johan benadrukt echter dat organisaties vooral zelf invulling kunnen geven aan hoe zij aan de slag gaan met CO2-reductie in de bedrijfsvoering.

“Waar ik me enorm voor heb ingezet is de balans tussen enerzijds de ruimte voor organisaties om zelf invulling te geven aan de CO2-Prestatieladder, en anderzijds een SMART-beoordeling waar de Certificerende Instellingen (CI’s) verantwoordelijk voor zijn. Die balans is erg belangrijk. De CO2-Prestatieladder spoort organisaties namelijk aan om aan de slag te gaan met CO2-reductie op een manier die bij de organisatie past. Het managementsysteem zet organisaties als het ware op hun eigen benen in de transitie naar een CO2-arme economie”, zegt hij.

“Aan de andere kant moeten de CI’s kunnen toetsen dat de organisatie daadwerkelijk slagen maakt op het gebied van CO2-reductie. Voor organisaties die de kantjes er van aflopen, maken zij gebruik van criteria die vrij precies in het handboek staan beschreven. Die gaan niet over de ruimte, maar markeren de ondergrens. De balans van aan de ene kant een werkbaar managementsysteem met duidelijke eisen en aan de andere kant ruimte voor bedrijven om hun eigen verhaal te vertellen, is een van de sterkste punten van de CO2-Prestatieladder. Als lid van het CCvD heb ik geprobeerd dit zo goed mogelijk te communiceren met alle betrokken partijen. De uitdaging ligt in het behouden van deze balans, want als we die kwijtraken, dan zijn we iets heel waardevols kwijt.”

In de taal van organisaties

Van Dalen merkt echter op dat er een verschuiving is in de manier waarop organisaties met die balans omgaan. “In het begin was er veel ruimte voor de organisaties om de CO2-Prestatieladder eigen te maken, maar nu gaat de discussie veel meer over de manier waarop de CI’s de organisaties beoordelen. Het gaat teveel over de regeltjes die de ondergrens markeren. Persoonlijk vind ik dat jammer, want de CO2-Prestatieladder is juist bedoeld om organisaties aan te sporen hun eigen invulling te geven aan het terugdringen van CO2-emissies. Focus leggen op de regels is de taak van de CI.”

Om de balans te herstellen en organisaties te laten beseffen dat zij zelf de ruimte kunnen nemen voor CO2-reductie, werkte de adviseur in de afgelopen tijd mee aan een praktische gids van de CO2-Prestatieladder voor organisaties. “In mijn werkzaamheden heb ik vaak gepleit voor een eenvoudige uitleg over de ladder voor bedrijven. De handleiding is daarom ook geschreven in de taal van de bedrijven. Daarnaast wordt de focus gelegd op de dagelijkse gang van zaken binnen organisaties. Dat kan nog beter vind ik. Maar de handleiding gaat in elk geval minder over de regeltjes bij het beoordelingsmoment en veel meer over de bedrijfsvoering, zodat organisaties zich uitgenodigd voelen om de CO2-Prestatieladder eigen te maken”, zegt Johan.

“De CO2-Prestatieladder is een systeem dat vrij is van detailbemoeienis door de wetgever, en organisaties juist de optimale kans geeft om ‘bedrijf’ te blijven in de transitie naar een klimaatneutrale economie. Daarmee bedoel ik dat organisaties die met de ladder werken aan CO2-reductie niet hoeven in te leveren op bijvoorbeeld omzet en kwaliteit. Integendeel, zij maken kans op zelfs nog meer voordeel.”

Daarmee doelt Johan op het gunningvoordeel die organisaties met een CO2-Prestatieladdercertificaat kunnen krijgen bij inschrijving op aanbestedingen.

De kosten en baten voor de maatschappij

Verder heeft de adviseur altijd onderzoek belangrijk gevonden om bij te houden wat de kosten en opbrengsten van de CO2-Prestatieladder zijn voor de maatschappij. Hij heeft daar een duidelijk beeld van.

Eerder onderzoek van de Universiteit van Utrecht wees uit dat bouwbedrijven gecertificeerd op de ladder gemiddeld een CO2-reductie van 3,2 procent per jaar realiseren. Dit terwijl de landelijke trend is dat CO2-emissies toenemen en de gemiddelde CO2-reductie in Nederland ongeveer 1,5 procent per jaar bedraagt. Uit dit onderzoek bleek verder dat er in de periode 2011 tot 2013 in Nederland een CO2-reductie was van initieel ruim 160 kiloton. Daarvan is 30 tot 50 procent toe te schrijven aan de implementatie van de CO2-Prestatieladder. Minimaal gaat het dus om 50 kiloton en maximaal 80 kiloton CO2-uitstoot.

“Ik heb dit voor mezelf eens doorgetrokken naar nu en de verdere de toekomst. En vertaald in geld. 1 ton CO2-uitstoot levert naar schatting €50 aan maatschappelijke schade. Het onderzoek van de Universiteit van Utrecht wees ook uit  dat 1 ton CO2-reductie met de CO2-Prestatieladder all-in ongeveer €10 kost. Netto dus € 40 maatschappelijke baten. Op een bierviltje berekend, zijn de netto maatschappelijke baten van de ladder naar schatting minimaal € 13 mln per jaar”, zegt Johan. “Sinds de introductie van de ladder in 2009, hebben we in 2017 8 jaar CO2-reductie achter de rug. Dat betekent dat de ladder sinds de oprichting grofweg € 100 mln tot € 180 mln baten voor de maatschappij heeft opgeleverd in de vorm van verminderde schade door klimaatverandering. Netto, want hiervan zijn de totale kosten van het hele laddersysteem al in rekening gebracht. Deze uitkomst laat zien dat de CO2-Prestatieladder een grote bijdrage levert aan het tegengaan van klimaatverandering.”

“Er is echter meer dan alleen de stimulans van de CO2-prestatieladder nodig om de klimaatneutrale economie op gang te krijgen. Denk bijvoorbeeld aan passende wetgeving en CO2-beprijzing. En maatwerk per aanbesteding met eisen en extra prikkels zoals DuboCalc. Dat komt er allemaal aan. Maar de ladder zorgt in dat speelveld voor een kosteneffectieve verankering van duurzaamheid in de bedrijfsvoering. De bedrijven veranderen daardoor mee en op die manier wordt de transitie naar een groene economie versneld.”

Koplopers van groene energie

Van Dalen denkt vaak terug aan zijn werkzaamheden voor de CO2-Prestatieladder. Wat hem opviel was de reactie van grote elektriciteitsbedrijven op de komst van het managementsysteem. “Vrij snel nadat de ladder gelanceerd werd, reageerden de elektriciteitsbedrijven zeer positief. Ze vertelden dat het CO2-managementsysteem volgens hen een succes zou worden. Dat was aanleiding voor de producenten van elektriciteit om hun productportfolio te verduurzamen”, zegt hij.

“Deze elektriciteitsbedrijven zijn dus in een heel vroeg stadium aan de slag gegaan met een productaanbod van groene stroom, die zou voldoen aan de eisen van de ladder. Dit deden ze zodat zij als producent van elektriciteit goed in de markt zouden liggen op het moment dat de ladder door zou breken en gecertificeerde bedrijven groene stroom zouden gaan inkopen. Het feit dat de grote elektriciteitsconcerns hun productportfolio aanpasten naar aanleiding van de CO2-Prestatieladder, bewees dat de markt er klaar voor was. Het was voor mij het signaal dat we nog grote slagen zouden gaan maken met de ladder. Dat vond ik echt geweldig.”

De uitdaging aangaan

De komende jaren moet de CO2-Prestatieladder zich echter bewijzen op het gebied van CO2-reductie binnen projecten, stelt Van Dalen. “Betrokkenheid van zowel opdrachtgever als opdrachtnemer bij de implementatie in een project van de concrete CO2-reductiemaatregelen die de CO2-Prestatieladder eist. Opdrachtgevers die de samenwerking aangaan en de koplopers in duurzaamheid belonen”, zegt hij. “Als opdrachtgevers zich ook nog eens laten certificeren op de CO2-Prestatieladder, dan weten ze wat ze van hun opdrachtnemers vragen en ontstaat er een win-win situatie. Zo wordt CO2-reductie in projecten niet alleen geborgd in de bedrijfsvoering van zowel opdrachtgever als opdrachtnemer, maar kun je in projecten op den duur nog veel meer reduceren.  En dat is een uitdaging voor alle partijen met de CO2-Prestatieladder in de komende jaren.”

“We hebben een enorme slag te maken naar een klimaatneutrale en circulaire economie. Die transitie naar duurzaamheid vindt nu al plaats en gaat hoe dan ook gebeuren”, vervolgt de adviseur. “Hiervoor zullen meer innovaties, ontwikkelingen en veranderingen komen en wetgeving die deze transitie mogelijk maakt. De ladder maakt hierin het verschil door ervoor te zorgen dat organisaties juist de innovaties eruit halen die toepasbaar, effectief en kostenefficiënt zijn voor hun business. En dat gelijk opnemen en verankeren om CO2-reductie structureel te maken. Naar mijn mening is dat een wezenlijke meerwaarde van de CO2-Prestatieladder.”


Next: